ASTRONOMIE NIEUWS
 
De missie van Rosetta komt later deze week tot een einde. 24-09-2016
De missie van Rosetta komt later deze week tot een einde. Een mooi moment voor een terugblik op een waanzinnige missie.

Ruimtesonde Rosetta werd in maart 2004 gelanceerd. De bestemming? Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, wiens naam naarmate de missie vorderde om begrijpelijke redenen steeds verder werd afgekort (67P/C-G en op het eind zelfs kortweg: 67P). Hoe de komeet er precies uitzag? We hadden geen idee. Hoe de komeet precies in elkaar stak? We hadden hypotheses. Er viel dus nog genoeg te ontdekken voor Rosetta.

Ongeveer een maand voor aankomst bij de komeet trakteerde Rosetta ons op de eerste gedetailleerde beelden van 67P. En die beelden waren heel verrassend. De komeet bleek er namelijk heel anders uit te zien dan verwacht. 67P bleek iets weg te hebben van een badeendje en bestond uit een grote ‘romp’, een ‘hals’ en een kleiner ‘kopje’. Later zou onderzoek uitwijzen dat de komeet uit twee kometen bestaat die met vrij lage snelheid op elkaar botsten en fuseerden.

Gearriveerd
Begin augustus 2014 was het dan zover. Rosetta nestelde zich – na meer dan zes miljard kilometer te hebben afgelegd – in een baan rond 67P. Een historisch moment. Voor het eerst in de geschiedenis had een ruimtevaartuig zich bij een komeet gevoegd. En vanuit een baan rond 67P leverde Rosetta de ene na de andere prachtige foto af. Maar hoe mooi de foto’s ook waren, stiekem keken we natuurlijk allemaal uit naar het volgende historische moment. En dat zou zich enkele maanden later – in november – aandienen. Dan zou Rosetta komeetlander Philae naar het oppervlak van 67P bonjouren. De lander moest de missie een extra dimensie geven en op het oppervlak van de komeet informatie verzamelen en zelfs in de komeet gaan boren.

Philae
Zenuwslopend was het: de tweede woensdag in november. De dag waarop lander Philae voet op komeet 67P moest zetten. De opluchting was groot toen Philae erin slaagde op de komeet te landen. Maar die opluchting sloeg al snel om in teleurstelling toen bleek dat de landing allesbehalve vlekkeloos was verlopen. Philae was in eerste instantie netjes op de gewenste plek op de komeet geland, maar stuiterde daarna nog even door, waardoor de lander uiteindelijk op een zeer ongewenste plek terechtkwam: in de schaduw van een klif. Het is een plek waar je een lander die draait op zonne-energie absoluut niet wilt hebben, maar er viel niks meer aan te veranderen. Na enkele dagen onderzoek viel Philae in slaap. In de zomer van 2015 werd er enkele malen met succes contact gezocht met de lander, maar na 9 juli 2015 werd er niet meer van Philae vernomen. Lang legde Rosetta nog het oor te luister in de hoop een signaal van de lander op te vangen, maar op 28 juli 2016 werd ook dat initiatief gestaakt. We zouden nooit meer iets van Philae vernemen
 

Perihelium
Natuurlijk was het verlies van Philae een aderlating, maar de missie ging verder. Rosetta cirkelde immers nog altijd in goede gezondheid rond komeet 67P heen. We moesten vooruit kijken. En wel naar augustus 2015: perihelium. Het moment waarop de afstand tussen de zon en komeet 67P het kleinst was en de komeet ongetwijfeld zou gaan transformeren. Komeet 67P is namelijk een samenklontering van ijs en stof. En wanneer de komeet dicht bij de zon in de buurt komt, gaat dat ijs sublimeren (verdampen). Stromen gas ontsnappen van het oppervlak van de komeet en voeren stof mee. Astronomen wilden maar wat graag weten hoe een komeet zo’n perihelium doormaakt en zaten dankzij Rosetta op de eerste rij. We zagen krachtige straalstromen aan het oppervlak ontsnappen die soms zelfs de inkomende zonnewind wegduwden. En straalstromen die objecten van wel één meter groot de ruimte in slingerden (voor perihelium waren de grootste brokstukken die het oppervlak van 67P verlieten hooguit 1 centimeter groot).

 
De oorsprong van 67P
Gaandeweg verkregen we zo dankzij Rosetta steeds meer informatie over 67P. Zo ontdekte de sonde hoe kometen zoals 67P ontstaan. Rosetta ontdekte dat de ‘kop’ van de komeet zeer poreus is. Die porositeit wijst erop dat de komeet ontstond doordat vele kleine ‘kometesimalen’ met snelheden kleiner dan 1 meter per seconde tegen elkaar botsten. Die kometesimalen smolten daarop niet samen, maar ‘leunden tegen elkaar aan’. Inmiddels is in diepe putten op de komeet ‘kippenvel’ aangetroffen en de ‘bultjes’ waaruit het ‘kippenvel’ bestaat zijn ongeveer drie meter breed. Daarmee zijn ze qua grootte vergelijkbaar met de kometesimalen waaruit komeet 67P waarschijnlijk is opgebouwd. Wellicht zien we in deze putten dan ook de originele bouwblokken waaruit de komeet zo’n 4,6 miljard jaar geleden verrees.

Het belang van de missie
Een missie naar een stokoude komeet stond al lang bij wetenschappers op het verlanglijstje. Kometen zijn een soort tijdcapsules uit de vroege stadia van de vorming van ons zonnestelsel en kunnen dus meer vertellen over die tijd. Daarnaast kan komeetonderzoek meer inzicht geven in de oorsprong van het leven. Men neemt namelijk aan dat kometen verantwoordelijk zijn voor het leveren van water – een belangrijk ingrediënt voor leven – op aarde.

Ingrediënten voor leven
Maar Rosetta ontdekte nog zoveel meer. Zo vertelde de sonde ons dat komeet 67P geen magnetisch veld heeft. Tevens ontdekte Rosetta zuurstof op 67P. Een primeur! Nog niet eerder was op een komeet zuurstof aangetroffen. Ook vond Rosetta waterijs op het oppervlak van de komeet. En bleek 67P ingrediënten voor leven te herbergen. Natuurlijk trakteerde Rosetta ons ook regelmatig op foto’s van het oppervlak van de komeet. En dat oppervlak blijkt spannend te zijn: er zijn grote keien, schommelstenen en zinkgaten te vinden
Rosetta heeft eigenlijk alle verwachtingen overtroffen. Maar helaas, ook deze ruimtesonde heeft het eeuwige leven niet. Komeet 67P haast zich weg van de zon en Rosetta zal steeds meer moeite krijgen om voldoende energie op te wekken. Bovendien moeten we natuurlijk ook niet vergeten dat de sonde – ondanks dat dezen nog maar een paar jaar onderzoek achter de rug heeft – al tien jaar door de ruimte heeft gedoold en al meer dan twaalf jaar oud is. ESA heeft dan ook besloten dat het tijd is om afscheid te gaan nemen van de sonde. En Rosetta krijgt een bijzondere laatste rustplaats: Ma’at, een regio op de kop van komeet 67P. Het is de bedoeling dat de sonde op 30 september zachtjes op de komeet landt. Aangenomen wordt dat Rosetta na de landing niet meer in staat is om met de aarde te communiceren. En daarmee komt een einde aan een prachtige missie.

bron :scientis.nl

TERUG

 

Ons heelal is rond en roteert niet 21-09-2016
Ons universum is rond, dijt aan alle kanten even snel uit en lijkt niet te roteren. Dit beweren astronomen in een paper in het wetenschappelijke vakblad Physical Review Letters.

Wetenschappers onderzochten de kosmische achtergrondstraling. Dit is de warmtestraling die is uitgezonden tijdens de oerknal. Stel dat het heelal niet in alle richtingen even snel uit zou dijen, dan zouden er bepaalde patronen te zien moeten zijn in de achtergrondstraling. “Denk hierbij aan koude of hete plekken die een bepaalde as volgen of zelfs spiraalstructuren”, vertelt astronoom Daniela Saadeh.

Er zijn geen patronen gevonden in de kosmische straling



“We hebben deze verwachtingen vergeleken met de daadwerkelijke situatie”, zegt onderzoeker Dr Stephen Feeney van het Imperial College London. “Dit was nog lastig, omdat het universum op heel veel manieren anisotropisch kan zijn. Je kunt gemakkelijk verdwalen in het doolhof van mogelijke universums.”
1 op 121.000
De kans dat het heelal een voorkeursrichting heeft is erg klein. Feeney en Saadeh beweren dat de kans 1 op 121.000 is.

Toch zijn er misschien wel andere heelallen die niet isotropisch zijn. “De algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein laat de deuren open voor anistrope heelallen, die de ene kant sneller uitdijt dan de andere kant. Of die mogelijk roteren”, aldus Saadeh. “Het is goed nieuws dat het heelal aan alle kanten even snel uitdijt, omdat onze huidige kosmologische modellen hiervan uitgaan.”

Multiversum
Andere heelallen? Ja, wetenschappers denken dat ons heelal niet uniek is. Wellicht zijn er veel meer universa in het zogenoemde multiversum. Sterker nog: in andere universa is er mogelijk een gunstiger klimaat voor leven, waardoor er meer (intelligent) leven voorkomt dan in ons eigen universum. De vraag is of we ooit naar een ander universum kunnen reizen. Misschien via een wormgat?



 
BRON  www.scientias.nl/

TERUG

 

De meteorenzwerm piekt pas op 12 augustus 06-08-2016
We moeten nog even geduld hebben: de meteorenzwerm piekt pas op 12 augustus. Maar nu al zijn er regelmatig ‘vallende sterren’ te zien.

Het is misschien wel de bekendste sterrenregen van het jaar: de Perseïden. En volgende week piekt deze sterrenregen in de nacht van vrijdag op zaterdag met tussen de 70 en 80 lichtstreepjes per uur.

Nu al meteoren zien
In aanloop naar deze piek zijn echter ook al heel wat lichtstreepjes te spotten, dus grijp de komende dagen je kans! Volgens Hemel.waarnemen.com zijn meteoren van deze zwerm tot 12 dagen voor en na het maximum te zien. Wel zijn er meer meteoren te zien kort voor of kort na de piek. Ga je drie dagen voor de piek kijken, dan kun je wel dertig meteoren per uur spotten. Kijk je een dag eerder naar de hemel, dan ligt het aantal zichtbare meteoren zo’n 40 procent lager.

Bewolking en de maan
De meteoren – die een snelheid van zo’n 209.000 kilometer per uur hebben – zijn prima met het blote oog te zien. Zolang het maar niet bewolkt is. Een andere mogelijke spelbreker is de maan. Wanneer deze flink verlicht is, zijn zwakkere meteoren niet of moeilijk te zien. Dit jaar kan de maan inderdaad roet in het eten gooien, omdat deze – tijdens de piek – voor 70 procent verlicht is.

Komeet
De Perseïden geeft elk jaar acte de présence. De sterrenregen ontstaat doordat de aarde door de baan van de komeet Swift-Tuttle beweegt. Deze komeet heeft in zijn baan stofdeeltjes achtergelaten die in botsing komen met moleculen in de atmosfeer van de aarde. Daarbij komt energie vrij die wij zien in de vorm van lichtstreepjes. De termen ‘sterrenregen’ of ‘vallende sterren’ zijn dan ook wat misleidend: de Perseïden hebben niks met sterren te maken.

Wie de lichtstreepjes graag met eigen ogen wil zien, doet er goed aan een plek met weinig lichtvervuiling op te zoeken. Ook is het belangrijk je warm aan te kleden.

 

 
Bron : www.scientias.nl

TERUG

 

Ruimteafval op ruimen wordt getoetst.in de ruimte 29-07-2016
Volgend jaar al zullen enkele veelbelovende technologieën om ruimteafval op te ruimen ook echt in de ruimte worden getoetst. Een primeur!

Dat ruimteafval een probleem is, staat buiten kijf. Naar schatting is er zo’n 7000 ton aan ruimteafval in een baan rond de aarde te vinden. Het gaat om complete kapotte satellieten, gebruikte raketten, stukjes afgebladderde verf en door botsingen tussen ruimteafval ontstaan puin. En al dat afval – ongeacht hoe groot of klein het ook is (zie kader) – vormt een gevaar voor satellieten, het internationale ruimtestation (een stukje ruimtepuin van zo’n 10 centimeter kan het complete ISS al vernietigen) en (toekomstige) ruimtemissies. Hoog tijd dus dat we dat ruimteafval opruimen. En verschillende onderzoeksgroepen wereldwijd werken al een tijdje aan manieren om dat te doen. Maar nu gaat één van die onderzoeksgroepen voor het eerst daadwerkelijk zo’n ‘vuilniswagen voor in de ruimte’ toetsen. Volgend jaar al.


Klein afval, groot probleem
Zelfs kleine stukjes ruimteafval zijn heel gevaarlijk. Omdat ze een grote snelheid hebben, kunnen ze flinke schade veroorzaken. Bovendien is het – omdat ze zo klein zijn – heel lastig om ze te monitoren. Wanneer grotere stukken ruimtepuin op elkaar botsen, kunnen er weer heel veel van deze kleine stukjes ruimteafval ontstaan. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2009 toen twee satellieten op elkaar botsten en er meer dan 1000 stukjes afval gecreëerd werden.

Net
De missie draagt de veelzeggende naam ‘RemoveDebris’ en zal verschillende methoden om ruimtepuin op te ruimen gaan testen. Eén van de methoden maakt gebruik van een enorm net om ruimteafval te vangen (zie de afbeelding bovenaan dit artikel). Zodra het afval zich in het net bevindt, kan het richting de aarde worden gesleept. Het net en kleinere stukken afval zullen in de atmosfeer verbranden. Grotere stukken afval die niet volledig in de atmosfeer vergaan, landen in de Stille Oceaan.

Nep afval
Tijdens de eerste test in de ruimte zal het net geen bestaand ruimteafval vangen. In plaats daarvan opent het net de jacht op een 10 centimeter groot metalen object dat tegelijkertijd met het net in de ruimte wordt gebracht. Wanneer het net erin slaagt dat stukje ‘ruimteafval’ te vangen, is bewezen dat het idee werkt en kan het wellicht in de toekomst worden ingezet om ‘echt ruimtepuin’ op te jagen.

Zeil
Een tweede methode die getest gaat worden, maakt gebruik van een zeil. Dit zeil kan vastgemaakt worden aan grotere stukken ruimteafval en wordt vervolgens voortgedreven door lichtdeeltjes van de zon. Het zeil zal het afval uit zijn baan brengen, waardoor het – met zeil en al – richting de atmosfeer van de aarde ‘zeilt’.

Harpoen
Ook zijn er plannen om een ‘harpoen’ te testen. Een harpoen wordt ‘afgevuurd’ en boort zich vast in ruimteafval, waarna dat ruimteafval zo binnenboord kan worden gehaald en richting de aarde kan worden gebracht.

De onderzoekers – gefinancierd door de Europese Commissie – hopen dat het experiment uiteindelijk leidt tot effectieve methodes die op korte termijn kunnen worden gebruikt om ruimteafval op te ruimen. “Verschillende banen rond de aarde die doorgaans gebruikt worden door satellieten en ruimtemissies zitten vol met afval en dat is een gevaar voor onze huidige en toekomstige ruimtevaartuigen,” vertelt onderzoeker Jason Forshaw. “Bepaalde banen – die doorgaans gebruikt worden om de aarde te bestuderen, rampen te monitoren en het weer te observeren – vullen zich snel met afval dat een gevaar vormt voor de belangrijke satellieten die zich hier bevinden (…) De internationale gemeenschap moet samen gaan werken om ruimteafval te verwijderen. De ruimte rond de aarde maakt deel uit van het milieu van de aarde en het is onze verantwoordelijkheid om dit gebied schoon te houden. Onze missie, RemoveDebris, is één van de eerste gecoördineerde pogingen om technologieën om ruimteafval te verwijderen te testen.”
 
Bron : www.scientias.nl

TERUG

 

 

 

Eindelijk lijkt het gat in de ozonlaag kleiner te worden. 28-07-2016
Eindelijk lijkt het gat in de ozonlaag kleiner te worden. Wetenschappers zien het gat krimpen en beweren dat dit een teken van herstel is.

Het gat in de ozonlaag ontstaat in augustus boven Antarctica. Dan begint namelijk de lente op het zuidelijk halfrond. De grootte van het gat varieert van jaar tot jaar. Dit komt omdat het gat van de ozonlaag niet alleen door de uitstoot van drijfgassen (cfk’s) wordt beïnvloed, maar ook door vulkanisme.

De ozonlaag houdt het schadelijkste deel van de uv-straling uit zonlicht tegen en is daarom belangrijk voor leven op aarde. In 1987 is er een verbod gekomen op de uitstoot van cfk’s, waarna het gat in de ozonlaag begin deze eeuw langzaam stabiliseerde.

Maar nu lijkt het gat – volgens verwachting – te krimpen. Het gat in de ozonlaag is van september 2000 tot september 2015 meer dan 4,4 miljoen vierkante kilometer gekrompen. Dat is twee keer het oppervlak van Groenland, de helft van Brazilië of honderd keer het oppervlak van Nederland.

Weg met cfk’s
“We riepen met z’n allen: weg met cfk’s. Nu zijn we eindelijk van deze moleculen af en zien we hoe de planeet reageert”, zegt onderzoeker Dr Ryan R Neely Ill. “De computermodellen komen overeen met wat we observeren: het herstel van de ozonlaag is begonnen.”

Vulkaanuitbarstingen
“Het Montreal Protocol is een succesverhaal”, vertelt collega Dr Anja Schmidt van de universiteit van Leeds. “Ondanks dat de ozonlaag herstelt, was het gat in de ozonlaag in 2015 erg groot. We hebben nu vastgesteld dat enkele kleine vulkanische uitbarstingen het herstel van de ozonlaag hebben vertraagd. Bij erupties komen kleine chloorhoudende deeltjes vrij, die reageren op het ozon in de atmosfeer boven Antarctica.”

September is de beste maand
Het gat in de ozonlaag is het grootst in oktober, maar de onderzoekers beweren dat het slim is om juist de gegevens van september te analyseren. Dan zijn de temperaturen namelijk lager en is de snelheid waarmee het gat zich opent goed te volgen.

 

Bron : www.scientias.nl

TERUG

 

De ster doet raar. En hoe is dat te verklaren ? 26-07-2016
De ster doet raar. En hoe is dat te verklaren? Er is al van alles geopperd: van kometen tot een buitenaardse beschaving die rond de ster aan het werk is. Maar wat is er nu werkelijk gaande? Een crowdfundingsactie moet helderheid verschaffen.

Het verhaal van de ster KIC 8462852 – bijgenaamde Tabby’s ster – begint in oktober 2015. Ruimtetelescoop Kepler richt de ogen op Tabby’s ster in de hoop een tijdelijk en terugkerend dipje in de lichtcurve van de ster te spotten. Zo’n dipje kan namelijk wijzen op de aanwezigheid van een planeet. En jawel, ook de lichtcurve van Tabby’s ster vertoont ‘dipjes’. Maar wel heel bijzondere dipjes: ze zijn onregelmatig, zowel qua timing als qua grootte. Zo zien onderzoekers tussen dag 788 en 795 van de Kepler-missie de helderheid van de ster met 15 procent afnemen. En tussen dag 1510 en 1570 neemt de helderheid zelfs met 22 procent af. Dat laatste is abnormaal: wanneer een exoplaneet voor de ster langs beweegt, houdt deze maar een fractie van het licht van de ster tegen.

Verklaringen
Wat is hier aan de hand? In de maanden die volgen, passeren verschillende verklaringen voor het bijzondere gedrag van de ster de revue:
– Er is intelligent leven in de buurt van KIC 8462852 te vinden en die buitenaardse wezens zijn aan het bouwen geslagen rond de ster. “Als een buitenaardse beschaving iets zou bouwen, dan zou dit overeenkomen met de data die we nu zien,” stelde astronoom Jason Wright. Maar wat hebben de aliens dan gebouwd? Nou, misschien een Dyson-bol: een bol die bestaat uit een systeem van satellieten die de energie van een ster opvangen. Zo’n bol houdt een deel van het licht van de ster tegen en zou de vreemde dipjes in de lichtcurve kunnen verklaren.
– Er is sprake van een planetaire botsing.
– Rond de ster bevindt zich een grote groep exo-kometen.
 
Onderzoek
Inmiddels zijn verschillende van deze hypothesen nader onderzocht. Zo is er – zonder succes – gezocht naar radiosignalen en laserpulsen afkomstig van die vermeende buitenaardse beschaving. “De hypothese dat er een buitenaardse megastructuur rond KIC 8462852 te vinden is, valt rap uiteen,” zei onderzoeker Douglas Vakoch hier eerder over. En ook een planetaire botsing sluiten onderzoekers zo langzamerhand uit: dan zou er rond de ster veel stof en puin moeten zwerven, maar infraroodmetingen laten zien dat daar geen sprake van is. Al met al is er dus nog steeds geen overtuigende theorie die de bijzondere lichtcurve van Tabby’s ster kan verklaren. Vandaar dat de ster ook wel – en de frustratie van onderzoekers klinkt daar een beetje in door – de meest mysterieuze ster in ons sterrenstelsel wordt genoemd.

Nader onderzoek
En dat zit Tabetha Boyajian – één van de astronomen die de bijzondere lichtcurve als eerste beschreef en naar wie Tabby’s ster vernoemd is – dwars. Ze is vastberaden het mysterie op te lossen. “Deze ster is uniek,” vertelt ze aan Scientias.nl. Maar om te achterhalen wat er precies gaande is rond KIC 8462852 moet deze langdurig (zeker een jaar) gemonitord worden. Niet door Kepler, want die ruimtetelescoop is inmiddels met andere dingen bezig. Boyajian en collega’s willen daarom een beroep doen op het Las Cumbres Observatory Global Telescope Network (LCOGT): een wereldwijd netwerk van telescopen op aarde. Die telescopen zijn misschien niet zo krachtig als Kepler, maar zeker in staat om de ‘dipjes’ te spotten, de duur van de ‘dipjes’ vast te stellen en uiteindelijk te achterhalen waar die dipjes door veroorzaakt worden.
Crowdfunding
Maar een jaar lang gebruik maken van LCOGT is prijzig. En dus zette Boyajian een crowdfundingsactie op. En met succes. “Ik ben compleet overweldigd door de steun van het publiek voor dit project,” vertelt ze. Binnen 30 dagen werd er meer dan 100.000 dollar gedoneerd. Momenteel wordt de ster al met LCOGT in de gaten gehouden (het observatorium heeft Boyajian en haar team 200 uur observatietijd cadeau gedaan) en reeds aan het eind van deze zomer beginnen de observaties die door crowdfunding mogelijk zijn gemaakt.

Dippen
Met de Kickstarter-donaties kunnen de astronomen de ster een jaar lang observeren. “Maar we hebben eigenlijk nog meer tijd nodig,” vertelt Boyajian. Kepler bestudeerde KIC 8462852 vier jaar en zag de ster ongeveer 5 procent van de tijd ‘dippen’. Dat is dus niet zo veel. “We willen de ster opnieuw zien ‘dippen’,” vertelt Boyajian. “Maar omdat de ster dat niet regelmatig doet, weten we niet of dit gaat gebeuren.” Het kan dus best dat de ster in het komende jaar niet dipt. Maar dan is alles zeker niet voor niks geweest. Zelfs zonder dipjes zullen de observaties nieuwe gegevens opleveren die ons een beter beeld geven van de ster en zo hopelijk bijdragen aan het oplossen van dit mysterie.

In afwachting van nieuwe gegevens houden de onderzoekers in ieder geval alle opties open. Tevens sluiten ze niet uit dat de observaties straks alle natuurlijke verklaringen van tafel vegen. De astronomen noemen dat “het meest opwindende resultaat”, maar benadrukken dat dat niet automatisch leidt tot de conclusie dat er buitenaards leven rond KIC 8462852 is. Wellicht spelen rond de ster wel processen die ons nog helemaal onbekend zijn. Boyajian kan in ieder geval niet wachten op de eerste nieuwe gegevens. “Meer te weten komen over ons universum en hoe dingen werken is van essentieel belang als we onze plaats in het heelal – hoe kwamen we hier en hoe ziet onze toekomst eruit? – willen begrijpen.”
 
Bron : www.scientias.nl

TERUG

 

De sonde Juno is er klaar voor om al Jupiters geheimen te ontfutselen. 25-07-2016
Het is gelukt: vannacht heeft ruimtesonde Juno zich – na een vijf jaar durende reis – in een baan rond Jupiter gevestigd. De sonde is er klaar voor om al Jupiters geheimen te ontfutselen.

Dat meldt NASA. “Het ruimtevaartuig deed het geweldig. Het ziet er geweldig uit. Dit is een geweldige dag,” vat hoofdonderzoeker Scott Bolton, verbonden aan het Southwest Research Institute de aankomst van Juno kort samen.


Meer weten?
Alles weten over de missie van Juno? Lees ons uitgebreide achtergrondartikel over deze baanbrekende missie!

Spannend
Het waren vannacht spannende uren voor Bolton en collega’s. Want het was zeker niet vanzelfsprekend dat Juno heelhuids bij de gasreus aan zou komen. Rond Jupiter bevinden zich enorme stralingsgordels die de ruimtesonde moest zien te ontwijken om in een stabiele baan rond Jupiter te komen. En dat is gelukt. “Als dat niet was gelukt en de sonde misschien te dicht bij (de stralingsgordels, red.) in de buurt was gekomen, zou deze niet in staat zijn geweest om zo lang rond Jupiter te cirkelen,” legt onderzoeker Brad Tucker, verbonden aan de Australian National University, maar niet bij de Juno-missie betrokken, uit.

Testen
De komende maanden zal Juno – en de instrumenten aan boord – uitgebreid worden getest. “Officieel gaan we in oktober beginnen met het verzamelen van wetenschappelijke gegevens,” legt Bolton uit. “Maar wij hebben een manier bedacht om al veel eerder dan dat gegevens te verzamelen.” En dat is goed nieuws. “Er is veel te zien en te doen hier,” stelt Bolten, wijzend op Jupiter.

WIST JE DAT…
…aan boord van Juno Lego-poppetjes te vinden zijn?

37 rondjes
De sonde bevindt zich momenteel in een baan rond Jupiter die iets meer dan 53 dagen tijd vereist om een rondje rond de gasreus te voltooien. Het is de bedoeling dat Juno op 19 oktober van baan verandert. Vanaf dat moment zal de sonde maar 14 dagen nodig hebben om een rondje rond Jupiter te voltooien. Juno zal tijdens haar missie in totaal zo’n 37 keer om Jupiter cirkelen en Jupiter dichter naderen dan elk ander ruimtevaartuig tot nu toe. Zo zal Juno op een gegeven moment slechts 4100 kilometer boven de bovenzijde van Jupiters wolken vliegen.

Gluren
Het is de bedoeling dat Juno tijdens haar missie onder het dikke wolkendek van Jupiter gaat gluren en onder meer onderzoekt hoe de atmosfeer van de gasreus in elkaar steekt. Ook zal Juno moeten uitzoeken of Jupiter een vaste kern heeft. Uiteindelijk moet uit de missie blijken hoe en waar Jupiter ontstaan is en hoe de gasreus van invloed is geweest op de evolutie van het complete zonnestelsel.

De missie van Juno duurt tot 20 februari 2018. Dan zal Juno opdracht krijgen om zich in de atmosfeer van Jupiter te boren.
 
 
Bron : www.scientias.nl

TERUG

 

Juno maakt een prachtig filmpje gemaakt van de gasreus en zijn manen 25-07-2016
In het filmpje zien we de gasreus en vier manen. De binnenste maan is Io (nogal explosief). De volgende in lijn is Europa (een maan die wel eens leefbaar kan zijn!). Daarna zie je Ganymedes (de grootste maan in ons zonnestelsel) en daarna volgt Callisto.



Over de timelapse
De eerste beelden van de timelapse maakte Juno op 12 juni. Toen was het ruimtevaartuig – dat vanmorgen bij Jupiter arriveerde – zo’n 16 miljoen kilometer van de gasreus verwijderd. De laatste beelden in de timelapse maakte Juno op 29 juni. Toen bedroeg de afstand tussen Juno en Jupiter nog maar 4,8 miljoen kilometer.

In de zeventiende eeuw zag Galilei Galileo met zijn telescoop deze zelfde manen rond Jupiter draaien. Het bewees dat de kerkelijke opvatting dat de aarde het centrum van het heelal was, niet klopte. Het is één van de waarnemingen die het beeld dat mensen van de kosmos en ons plekje in die kosmos hadden, op zijn kop zette.

En nu – meer dan 400 jaar later – zien we diezelfde manen van een relatief kleine afstand en zijn we in staat om Jupiter en omgeving tot in detail te bestuderen. De observaties zullen ongetwijfeld niet zulke grote consequenties hebben als de waarnemingen van Galileo, maar toch kunnen ze van groot belang blijken te zijn. Wetenschappers hopen namelijk dat Juno onthult hoe Jupiter in elkaar steekt, hoe de gasreus is ontstaan en hoe deze van invloed is geweest op de evolutie van het zonnestelsel. Tevens zal Juno Jupiter fotograferen en die foto’s zullen een hogere resolutie hebben dan alle foto’s die we tot op heden van Jupiter bezitten.

Bron : www.scientias.nl
 

TERUG

 

Trappist-Telescoop ontdekt 3 exoplaneten vergelijkbaar met de aarde 21-07-2016
Zijn de drie aardachtige exoplaneten rondom de ster TRAPPIST-1 interessante objecten of zijn het onherbergzame werelden? De Hubble-ruimtetelescoop heeft het trio nader bekeken en concludeert dat deze exoplaneten interessant zijn.

Met behulp van de TRAPPIST-telescoop vonden astronomen onlangs drie exoplaneten die qua grootte en temperatuur vergelijkbaar zijn met de aarde en Venus. De drie planeten zijn veertig lichtjaar van onze planeet verwijderd, wat – kosmisch gezien – zeer dichtbij is. De drie planeten hebben een nauwe baan om een ultrakoele dwergster.

Geen Joviaanse atmosfeer
De Hubble-ruimtetelescoop is ingezet om de drie planeten te analyseren. Wat blijkt nu: TRAPPIST-1b en TRAPPIST-1c hebben geen grote, diffuse atmosfeer, zoals een gasplaneet als Jupiter. “De afwezigheid van een dikke atmosfeer vergroot de kans dat deze planeten leefbaar zijn”, zegt teamlid Nikole Lewis van het Space Telescope Science Institute in Baltimore. “Met een diffuse atmosfeer zou leven onmogelijk zijn, omdat zo’n dichte atmosfeer zou fungeren als een broeikas.”

Als de exoplaneten rotsachtig zijn en er leven mogelijk is, dan is het onwaarschijnlijk dat we er grotere levensvormen aantreffen. De planeten en de dwergster zijn samen 500 miljoen jaar oud, terwijl ons zonnestelsel ruim 4,5 miljard jaar oud is. Leven heeft miljarden jaren nodig gehad om te ontwikkelen.

Bron /www.scientias.nl

TERUG

 

 

Broertje voor Pluto,nieuwe dwergplaneet ontdekt. 15-07-2016
De dwergplaneet draait in een ovaalvormige baan – en op veel grotere afstand dan Pluto – rond de zon en is naar schatting ongeveer 700 kilometer groot.

De dwergplaneet heeft de naam 2015 RR245 gekregen en werd ontdekt met behulp van een telescoop op Hawaii. De eerste beelden van de dwergplaneet werden in september 2015 gemaakt en in februari 2016 geanalyseerd, waarop ontdekking volgde. “Daar was het dan: een stipje licht dat zo langzaam bewoog dat het zeker twee keer verder van de zon verwijderd moest zijn dan Neptunus,” vertelt onderzoeker Michele Bannister.

De baan
2015 RR245 heeft een zeer omvangrijke, elliptische baan. Na honderden jaren op rij op een afstand groter dan 12 miljard kilometer van de zon te hebben vertoefd, beweegt deze zich nu richting de zon. Maar zelfs op het moment (ergens in 2096) dat de afstand tussen de zon en 2015 RR245 het kleinst is, is er tussen de zon en de dwergplaneet nog zo’n vijf miljard kilometer te vinden.


Klein en helder?
Hoe groot de dwergplaneet exact is, is onbekend. Om meer te weten te komen over de exacte afmetingen moeten eerst oppervlaktekenmerken worden opgemeten. “Het (de dwergplaneet, red.) is of klein en helder of groot en somber,” stelt Bannister.

Een zeldzaam restant
De meeste dwergplaneten zoals RR245 werden toen de gasreuzen naar hun huidige positie reisden vernietigd of uit het zonnestelsel gegooid. RR245 is één van de weinige dwergplaneten die dat avontuur overleefd heeft, samen met Pluto en Eris, de grootste dwergplaneten die ons tot op heden bekend zijn. Pluto werd onlangs in detail bestudeerd door ruimtesonde New Horizons. Dankzij die missie weten we nu dat werelden die zich – net als RR245 – op grote afstand van de zon bevinden heel exotisch zijn. Zo bestaat het landschap van Pluto uit verschillende bevroren materialen.
Nog veel vragen
Wetenschappers hebben RR245 ongeveer een jaar bestudeerd. Dat is niets in vergelijking met de 700 jaar die deze nodig heeft om een rondje rond de zon te voltooien. En dus blijven onderzoekers de dwergplaneet de komende tijd nog bestuderen. Want er zijn nog veel vragen onbeantwoord gebleven. Waar is RR245 ontstaan? Hoe zal de baan van de dwergplaneet zich in de toekomst ontwikkelen? En hoe ziet de baan van de dwergplaneet er exact uit? Zodra de exacte baan bekend is, zal de dwergplaneet ook officieel een naam krijgen.

De onderzoekers zijn vanzelfsprekend in hun nopjes met de ontdekking. “De ijzige werelden voorbij Neptunus helpen ons om een beter beeld te krijgen van de geschiedenis van ons zonnestelsel,” stelt Bannister. “Maar bijna al deze ijzige werelden zijn heel klein en weinig helder: het is heel opwindend om er één te vinden die groot en helder genoeg is om in detail te bestuderen.”
 
Bron :www.scientias.nl/

TERUG

 

Hoe zoeken wetenschappers naar buitenaards leven ? 14-07-2016

Reusachtige radiotelescopen zoals FAST zijn voor alienjagers slechts een van de opties. NASA’s Kepler, een telescoop in de ruimte, zoekt in ons deel van de Melkweg naar ‘aardachtige’ planeten. Dat zijn planeten die voornamelijk uit vaste stof bestaan, in tegenstelling tot vloeibare of gasplaneten. Kepler zoekt die planeten door de lichtsterkte van sterren te meten. Als een planeet voorbij zijn moederster draait, is dat zichtbaar als een klein zwart silhouet tegen een gloeiende achtergrond.

 

Op aarde zien we dat ook wanneer Venus of Mercurius tussen de aarde en de zon in staat. In de taal van Kepler is zo’n zwart silhouet een daling van de lichtsterkte. Meer dan zo’n klein zwart puntje heeft Kepler niet nodig om te berekenen hoe snel de planeet rond zijn zon draait, hoe groot de planeet is en hoe warm het er is. Met die informatie kunnen sterrenkundigen inschatten of de planeet bewoonbaar is of niet.

‘We moeten leven in andere sterrenstelsels indirect opsporen, omdat we er niet naartoe kunnen gaan’, verklaart Leen Decin, sterrenkundige aan de KU Leuven. ‘Een reis naar de dichtstbijzijnde ster duurt wel 100.000 jaar!’

Met dezelfde methode kunnen wetenschappers de samenstelling van een planeet observeren. Als een planeet langs zijn zon passeert, wordt het licht gefilterd door de atmosfeer van die planeet. Het licht dat wordt tegengehouden, vertelt ons welke stoffen in de atmosfeer zitten. Sterrenkundige Christoffel Waelkens (KU Leuven) verduidelijkt: ‘Als er leven is op een planeet, dan zorgt dat ervoor dat de samenstelling van de atmosfeer verandert. Dat zien we ook op aarde. Zonder leven zou de zuurstof hier snel verdwijnen.’

Een andere tactiek is de zoektocht naar buitenaardse megastructuren, gebouwd door intelligent leven. De Dysonbol, bedacht door de natuurkundige Freeman Dyson, is een bekend hypothetisch voorbeeld. ‘Dat is een cocon die rond een ster gebouwd is en er energie uit haalt’, legt Christoffel Waelkens uit. Als iemand dat elders in het universum bouwt, dan kunnen we dat goed zien vanop grote afstand. Verre planeten zie je niet zo goed, maar een bouwwerk rond een ster natuurlijk wel. Het is op de rand van de science fiction, maar de science fiction van gisteren is soms de wetenschap van morgen.’

De kans dat we meteen stuiten op megastructuren van intelligent leven uit een ander sterrenstelsel is klein. Het is waarschijnlijker dat aliens een microbenvolkje zijn. Dat kan zich zelfs bevinden op planeten of manen die rond onze zon draaien. Omdat microben moeilijker te detecteren zijn met telescopen, moet er een robot voor op handen en knieën door het buitenaardse stof ploeteren. Dat is hoe we misschien microben ontdekken op Mars, of op Saturnus’ ijsmaan Enceladus.

Waar wonen aliens?

‘Om leven te kunnen herbergen is het cruciaal dat een planeet zich in de bewoonbare zone rond haar moederster bevindt’, vertelt Leen Decin. Dat wil zeggen dat ze op de juiste afstand van de ster moet staan, zodat het er niet te warm of te koud is. We hebben buiten ons sterrenstelsel al een aantal planeten gevonden die aan die voorwaarde voldoen. De juiste ingrediënten moeten ook aanwezig zijn: water, koolstof en stikstof.’

Leven hoeft zich niet op een planeet te ontwikkelen, het kan ook op een maan. In ons zonnestelsel zijn er een paar goede kanshebbers. Wetenschappers weten dat er op Jupiters manen Europa en Ganymede water te vinden is, net als op Saturnus’ maan Enceladus. ‘Daar verwachten we geen complexe levensvormen,’ zegt Christoffel Waelkens. ‘Microben maken een zeer goede kans.’ Die kunnen ook op aarde in zeer extreme omstandigheden leven, bijvoorbeeld aan hete geisers op de oceaanbodem. De eerste levensvormen zouden daar zelfs ontstaan kunnen zijn. Sterrenkundigen verdenken de manen Enceladus en Europa ervan zo’n geisers te hebben en ook Mars zou ze ooit hebben gehad. Dat maakt de kans dat er leven is of was weer groter.

Wat is de kans op intelligent leven?

‘Onder “intelligent leven” verstaan we vaak: leven dat lijkt op de mens. Dat hoeft niet zo te zijn’, vindt Leen Decin. ‘Ik denk dat de kans heel groot is dat er ergens een planeet bestaat met leven dat complexer is dan microben. Of dat leven intelligent is zoals wij dat verstaan is een andere zaak.’

Christoffel Waelkens deelt dit standpunt. ‘Er zijn mensen die denken dat de kans groot is dat er buiten ons nog intelligent leven is, anderen denken dat we hier alleen zijn. Zelf ben ik eerder wat voorzichtig. Er zijn ongetwijfeld een aantal planeten geschikt voor leven, maar de stap tussen elementaire levensvormen en wat wij intelligent leven noemen is enorm groot. Het is niet evident dat alles tot stand gekomen is zoals bij ons.’

Het leven op aarde zoals we het nu kennen heeft een aantal hordes genomen. Zonder het massaal uitsterven van de dinosauriërs zouden zoogdieren – en wij dus – nooit zo talrijk geworden zijn. Intelligent leven is een mix van de juiste toevalligheden.

Voor het geval er intelligent leven naar ons op zoek is, heeft de mensheid zijn voorzorgen genomen. Vier ruimteschepen zweven in de ruimte buiten ons zonnestelsel, met aan boord een grammofoonplaat. Die bevat muziek en andere geluiden vanuit alle hoeken van de wereld. Zo maken onze buitenaardse buren misschien kennis met de diversiteit van het leven en de cultuur op aarde.
Bron eoswetenschap.eu

TERUG

 

Een planeet met drie zonnen aan de hemel 07/07/2016
Met een Europese telescoop in Chili is een stelsel ontdekt van drie sterren en een planeet die om elkaar heen draaien.
De drie sterren hebben de aanduidingen HD 131399A, -B en -C. Ze maken deel uit van een stervormingsgebied in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus, op 320 lichtjaar van de aarde. De sterren in deze stellaire kraamkamer zijn niet ouder dan 16 miljoen jaar, wat naar astronomische maatstaven heel jong is. Ter vergelijking: onze zon bestaat al 4,6 miljard jaar.

Dat betekent dat ook de planeet – ‘HD 131399Ab’ – heel jong moet zijn. Maar het meest bijzondere aan dit hemellichaam is zijn omloopbaan. Computersimulaties op basis van de beschikbare waarnemingen wijzen erop dat hij op een afstand van 12 miljard kilometer om zijn moederster draait – 80 maal de afstand zon-aarde.

De beide andere sterren, die op geringe onderlinge afstand om elkaar wentelen, zijn slechts vier keer zo ver verwijderd van ster ‘A’. Daarom is het nog maar de vraag hoe stabiel de huidige omloopbaan van de planeet is: de dubbelster oefent daar een sterk verstorende invloed op uit.

Ook is onduidelijk of de planeet wel op de plek is ontstaan waar hij zich nu bevindt. Volgens zijn ontdekkers zijn verschillende scenario’s denkbaar. Mogelijk is de planeet op veel kleinere afstand van zijn moederster gevormd en door invloeden van buitenaf in zijn wijde baan beland. Een andere mogelijkheid is dat hij oorspronkelijk om de dubbelster wentelde en door de derde ster is ‘geadopteerd’.

Hoe dan ook: het hebben van drie ‘zonnen’ leidt tot wonderlijke taferelen op de planeet. Een groot deel van de tijd staan er drie zonnen aan zijn hemel, waardoor elke dag drie zonsopkomsten en -ondergangen te zien zijn. Heel spectaculair zullen die overigens niet zijn: door hun grote afstanden zijn de sterren gereduceerd tot kleine, maar wel heel fel stralende, stippen.

Astronomen hebben tot nu toe bij ruim 2.500 sterren één of meer planeten ontdekt. In het overgrote deel van de gevallen hebben deze exoplaneten hun bestaan verraden doordat ze met grote regelmaat voor hun ster langs schuiven. Veel andere exoplaneten zijn ontdekt doordat ze hun moederster meetbaar aan het schommelen brengen. Dat een exoplaneet rechtstreeks wordt opgespoord met een camera komt niet zo vaak voor.

Bron :

Eddy Echternach

www.nrc.nl/

 

TERUG

 

Gigantische Chinese telescoop is klaar 03-07-16
In China is de bouw van de Five hundred meter Aperture Spherical Telescope, ofwel FAST, klaar. De radiotelescoop van 500 meter diameter is een van de grootste ter wereld.


 

Vanochtend is het laatste van in totaal 4.450 panelen aangebracht, meldt het Chinese persagentschap Xinhua. China stelt de grootste radiotelescoop ter wereld te hebben gebouwd, maar de Russische telescoop RATAN-600 is met 576 meter doorsnee groter.

Astronomen gaan nu aan de slag om de nieuwe telescoop in te regelen, waarna hij vanaf september signalen uit de ruimte kan opvangen. De Chinezen willen onder andere informatie vergaren over het ontstaan van het heelal, maar ook zoeken naar buitenaards leven.
De bouw van de FAST begon in 2011 en heeft 1,2 miljard yuan gekost. Omgerekend komt dat neer op 160 miljoen euro.

Bron www.demorgen.be

TERUG

 

Dorpje Bunnik krijgt eigen krater op Mars   23-06-2016
De ruim 6.600 inwoners van het dorpje Bunnik kunnen vandaag nog trotser zijn op hun plaats. Bunnik heeft namelijk een krater op Mars gekregen.
De krater heeft een diameter van 29 kilometer en is daarmee veel groter dan de gemeente Bunnik. De naam ‘Bunnik’ is op 14 juni dit jaar goedgekeurd door de Internationale Astronomische Unie. In tegenstelling tot het dorpje Bunnik ligt de Martiaanse krater niet op het noordelijk, maar op het zuidelijk halfrond. De krater ligt ten oosten van de grote krater Newton en ligt tegen het Daedalia Planum. Deze vlakte leidt naar verschillende schildvulkanen, namelijk Arsia Mons, Pavonis Mons en Ascraeus Mons.

Het is niet de eerste Marskrater die vernoemd is naar een Nederlandse stad of dorp, meldt Astronieuws. Zo zijn er eerder al Marskraters vernoemd naar Zutphen, Urk, Edam, Weert, Vaals, Bronkhorst en Amsterdam. Niet Amsterdam, maar Zutphen is de grootste ‘Nederlandse’ krater op Mars. Deze krater heeft een middellijn van 38 kilometer.

Zo krijg je een eigen krater
De naam van de krater is gekozen door geofysicus Tjalling de Haas, die in de gemeente Bunnik woont. Aan Scientias.nl laat hij weten dat het niet heel moeilijk is om een naam voor te stellen. “De aanvraag gaat via deze website“, vertelt De Haas aan Scientias.nl. “Je moet beargumenteren waarom het vanuit wetenschappelijk oogpunt zo belangrijk is dat een bepaalde krater een naam krijgt. Je kan vervolgens een voorstel voor een naam doen. Hier zijn echter wel allerlei regels aan verbonden.” Zo krijgen kleine kraters van maximaal zestig kilometer in diameter een naam van een dorp op aarde. De IAU beoordeelt de naam en neemt deze over of komt vervolgens met een alternatief. “Ik heb vier kraters proberen te benoemen en twee keer is mijn naam overgenomen. Het totale proces duurt een aantal weken. Afgelopen woensdag hoorde ik per mail dat Bunnik als naam was goedgekeurd.”

De Haas is tevreden met zijn ‘eigen’ krater op Mars. “Dat is uiteraard erg leuk,” vervolgt de Nederlander. “Het is bovendien ook erg leuk dat ik nu in mijn wetenschappelijke publicaties kan verwijzen naar de Bunnik-krater.”

Mocht het in de verre toekomst mogelijk zijn om naar Mars te reizen, dan weet De Haas nog niet of hij zijn krater gaat bezoeken. “Zolang het een enkele reis betreft blijf ik lekker op Aarde. Anders zou ik het misschien wel overwegen.”


Bron scientias.nl

TERUG

 

Planeet Kepler 62-F kan leven herbergen 6-06-2016
 
Astronomen hebben diverse aanwijzingen gevonden dat de planeet – op 1200 lichtjaar van de aarde – wellicht leefbaar is.

Kepler-62f werd in 2013 ontdekt en draait om een ster die iets kleiner en koeler is dan de zon. Naast Kepler-62f draaien er nog vier planeten rond deze ster. Kepler-62f is van al deze planeten het verst van de ster verwijderd. De planeet is ongeveer 40 procent groter dan de aarde.

Leefbaar
Hoewel we aardig wat van deze planeet weten, is er ook veel onbekend. Zo is niet helemaal duidelijk of de planeet leefbaar is. We weten dat deze 40 procent groter is dan de aarde en dat betekent dat deze waarschijnlijk rotsachtig is. Maar is er op het oppervlak van de planeet ook vloeibaar water – een belangrijke vereiste voor het leven zoals wij dat kennen – te vinden?

Verschillende scenario’s
In die vraag hebben Amerikaanse onderzoekers zich nu vastgebeten. Ze schetsten verschillende scenario’s waarin de atmosfeer van de planeet en de baan van de planeet er elke keer een beetje anders uitzag. Vervolgens keken ze of de planeet met die baan en atmosfeer vloeibaar water kon bezitten. Zo keken ze bijvoorbeeld hoe het de planeet verging als deze een atmosfeer had die net zo dik was als de aarde, maar ook hoe de situatie was als de atmosfeer twaalf keer dikker was. Ook gingen ze uit van verschillende concentraties koolstofdioxide (van dezelfde concentratie als de atmosfeer van de aarde tot concentraties die 2500 keer hoger liggen, zie kader). Uit het onderzoek bleek dat veel van deze scenario’s de planeet in staat stellen om leefbaar te zijn.

Dikke atmosfeer
Om het hele jaar door leefbaar te zijn, zou de planeet een atmosfeer nodig hebben die drie tot vijf keer dikker is dan de aardse atmosfeer en volledig uit koolstofdioxide bestaat. Het is zeker niet ondenkbaar dat de concentratie koolstofdioxide op Kepler-62f zo hoog ligt. Maar zelfs als de concentratie net zo hoog is als op aarde, kan er op de planeet – als deze een specifieke baan volgt – een groot deel van het jaar nog vloeibaar water te vinden zijn, zo stellen de onderzoekers. En daarmee is Kepler 62f een goede kandidaat voor leven.

Bron : www.scientias.nl/

TERUG

 

Onderzoek toont aan dat het lemmet van de dolk dezelfde concentraties nikkel en kobalt bevat als een meteoriet. 01-06-2016
In 1925 ontdekte Howard Carter op de dij van Toetanchamon een dolk. In de jaren die volgen wordt er druk gediscussieerd over het ijzeren lemmet van de dolk: hoe kwamen de oude Egyptenaren aan dit ijzer? En nu – zo’n 90 jaar later – weten onderzoekers het eindelijk zeker: het ijzer komt uit de ruimte. Een chemische analyse toont aan dat het lemmet van de dolk gemaakt is van een meteoriet.

Nikkel en kobalt
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze ontdekten dat het lemmet voor zo’n 10 procent uit nikkel en 0,6 procent uit kobalt bestaat. Diezelfde concentraties nikkel en kobalt vinden we in ijzerhoudende planetoïden.
Hoge kwaliteit
De ontdekking toont aan dat de oude Egyptenaren grote waarde hechtten aan meteorieten en ze gebruikten om waardevolle producten – zoals deze dolk – te maken. Tevens wijzen de onderzoekers erop dat de dolk van hoge kwaliteit is, wat weer aantoont dat de oude Egyptenaren in die tijd (de veertiende eeuw voor Christus) ijzerbewerking al zeer goed onder de knie hadden.

De onderzoekers beschrijven in hun studie ook de zoektocht naar de meteoriet waar deze dolk wellicht van gemaakt werd. De beste kandidaat is tot op heden een meteoriet die in 2000 gevonden werd en ongeveer dezelfde concentraties kobalt en nikkel bevat als het lemmet van de dolk.

bron : scientias.nl
 

TERUG

 

ESO tekent voor de koepel en telescoopstructuur van de E-ELT
het grootste contract in de geschiedenis
28-05-2016
De European Extremely Large Telescope (E-ELT), die een hoofdspiegel krijgt met een middellijn van 39 meter, zal de grootste optische/nabij-infrarood telescoop ter wereld worden: letterlijk het grootste ‘oog’ op de hemel. Hij wordt gebouwd in het noorden van Chili, op een locatie die al bouwrijp is gemaakt. Het contract voor de bouw van de koepel en structuur van de telescoop werd ondertekend door ESO’s directeur-generaal, Tim de Zeeuw, de bestuursvoorzitter van Astaldi, Paolo Astaldi, en de bestuursvoorzitter van Cimolai, Luigi Cimolai. Tot groot genoegen van ESO was ook de Italiaanse minister van Onderwijs, Universiteiten en Onderzoek, H.E. Stefania Giannini, bij de ceremonie aanwezig, evenals de Italiaanse consul-generaal in München, Renato Cianfarani, de voorzitter van de ESO Raad, Patrick Roche en de Italiaanse afgevaardigden van de ESO Raad, Nicolò D’Amico (die ook bewindvoerder is van INAF) en Matteo Pardo, wetenschappelijk attaché van de ambassade van Italië in Berlijn. Tevens aanwezig waren de bestuursvoorzitter van EIE, Gianpietro Marchiori, en andere gasten en vertegenwoordigers van het consortium.

Het contract behelst ontwerp, fabricage, transport, bouw, assemblage ter plekke en verificatie van de koepel en telescoopstructuur. Met het contract is een bedrag van ongeveer 400 miljoen euro gemoeid – het grootste contract dat ooit door ESO is gegund en tevens het grootste contract in de geschiedenis van de astronomie op vaste grond. Met de koepel en telescoopstructuur van de E-ELT betreedt de telescooptechniek onbekend terrein. Het contract omvat niet alleen de enorme, 85 meter brede, draaiende koepel, die een totaalgewicht van ongeveer 5000 ton heeft, maar ook de ophanging en buisstructuur, met een bewegend totaalgewicht van meer dan 3000 ton. Deze beide componenten zijn verreweg de grootste die ooit voor een optische/infrarood telescoop zijn gebouwd – al hun voorgangers verbleken daarbij. De koepel is bijna 80 meter hoog en heeft een grondoppervlak dat vergelijkbaar is met dat van een voetbalstadion. De E-ELT wordt gebouwd op Cerro Armazones, een 3000 meter hoge piek op ongeveer twintig kilometer van de ESO-sterrenwacht op Paranal. De toegangsweg en het afvlakken van de top zijn al voltooid en naar verwachting zullen de werkzaamheden aan de koepel ter plaatse in 2017 beginnen. Tim de Zeeuw, directeur-generaal van ESO, zei: ‘De E-ELT zal ontdekkingen doen waar we ons nog geen voorstelling van kunnen maken, en mensen over de hele wereld ertoe aanzetten om over wetenschap, technologie en onze plaats in het heelal na te denken. Met de ondertekening van vandaag is de verwezenlijking van de E-ELT in 2024 een beslissende stap dichterbij gekomen.’ meer

bron www.spacepage.com
 

TERUG

Mars is deze week met het blote oog te zien 23-05-2016
 

Deze week staat Mars op ‘slechts’ 75 miljoen kilometer van de aarde, waardoor we de rode planeet met het blote oog kunnen zien. Het is al meer dan tien jaar geleden dat de afstand tussen de twee planeten zo klein was.
Dat we Mars als een gele stip aan de hemel kunnen bewonderen, hebben we te danken aan het feit dat de rode planeet en onze aarde aan dezelfde kant van de zon staan. Zondag stond het duo precies op één lijn en maandag 30 mei staan de twee planeten het dichtst bij elkaar. Dan zullen de aarde en Mars zich op 75 miljoen kilometer van elkaar bevinden, een peulschil in galactische termen.Wie de rode planeet deze week met eigen ogen wil zien, kan best de hemel afsporen tussen één en twee uur ’s nachts.
De laatste keer dat Mars en de aarde aan dezelfde kant van de zon staan, is al geleden van november 2005. Toen bedroeg de afstand tussen de planeten 69 miljoen kilomter. Astronomen kijken ondertussen al uit naar het jaar 2018. Op 31 juli 2018 zal de afstand tussen de twee namelijk slechts 57 miljoen kilometer zijn.
Bron
nl.metrotime.be

TERUG

Naar de rand van het waarneembare heelal 15-05-2016
Een groep sterrenkundigen van Sterrenwacht Leiden zoekt naar sterrenstelsels aan de rand van het waarneembare heelal. Maar wat is de rand van het heelal? En waarom kunnen we niet verder kijken?

Zoeken naar sterrenstelsels aan de rand van ons waarneembare heelal. Dat is waar een groep sterrenkundigen van de Sterrewacht Leiden, waar ik mijn promotieonderzoek deed, zich mee bezig houdt. Maar wat is de rand van het heelal? Het heelal is tenslotte oneindig groot. Maar hoe verder we het heelal inkijken, hoe verder we terugkijken in de tijd. Kort na de oerknal was het heelal ondoorzichtig omdat alle materie, voornamelijk waterstof en helium, in geïoniseerde toestand verkeerde. 380.000 jaar na de oerknal was de temperatuur van het heelal zo ver gedaald dat de waterstofionen elektronen konden invangen en er voor het eerst atomen ontstonden. We noemen dit proces recombinatie. Lichtstralen konden zich nu voor het eerst vrij door de ruimte bewegen en het heelal werd doorzichtig. Daarom kunnen we niet verder terugkijken dan 380.000 jaar na de oerknal. Voorbij deze ‘grens’ zien we niets meer. De ruimte houdt niet op, maar de tijd en de eindige leeftijd van het heelal begrenzen tot hoever we kunnen kijken. Binnen die grens bevindt zich het waarneembare universum.

Lang onderweg
Het licht van sterrenstelsels aan de rand van ons heelal is vaak wel 13,4 miljard jaar onderweg om ons te bereiken. Dat is 97% van de tijd sinds de oerknal. Dit betekent niet dat de huidige afstand tussen ons en deze sterrenstelsels ook 13,4 miljard lichtjaar is. Sinds het uitzenden van dat licht is het heelal namelijk flink uitgedijd en het stelsel staat nu dus veel verder dan 13,4 miljard lichtjaar van ons vandaan. Ook zien deze sterrenstelsels er vandaag de dag niet meer uit zoals ze op ons computerscherm achter de telescoop verschijnen. Met de tijd zullen de sterrenstelsels zijn gegroeid, samengesmolten met hun naaste buren en misschien zijn het zelfs wel rode en ‘dode’ stelsels geworden, waarin geen stervorming meer plaatsvindt. Dat weten we pas over vele miljarden jaren wanneer het licht dat nu deze stelsels verlaat bij ons op aarde is aangekomen.

Baby-Melkweg
Op dezelfde manier zou er nu een beschaving kunnen zijn in dit sterrenstelsel aan de rand van het heelal dat terug in de tijd kijkt naar onze Melkweg. Ze zien daar niet onze prachtige geordende spiraalarmen en roterende schijf, maar onze Melkweg hoe die er 13.4 miljard jaar geleden uitzag. Waarschijnlijk was de baby-Melkweg een klein hoopje sterren dat verder veel turbulent gas bevatte. Wij zullen onze eigen geschiedenis nooit direct zien, wél die van andere stelsels in het vroege universum, sterrenstelsels die nu misschien wel op ons lijken. Daarmee kunnen we toch iets over onze eigen geschiedenis leren.

Het reïonisatietijdperk
De sterrenstelsels in het vroege heelal waar we naar zoeken bevinden zich in het zogenoemde reïonisatietijdperk. De fase in de geschiedenis van het heelal die na de hierboven beschreven recombinatie volgt, toen het heelal gevuld was met neutraal waterstofgas, wordt vaak met ‘het donkere tijdperk’ aangeduid (zie de afbeelding hieronder). Sterren waren er toen nog niet. Zij ontstonden pas een paar honderd miljoen jaar na de oerknal en kort daarop waren de eerste sterrenstelsels een feit. Deze sterrenstelsels kunnen wij nu in principe zien aan de rand van het waarneembare heelal.

bron www.scientias.nl

TERUG

 

Astronomen ontdekken 1.284  planeten 11-05-2016
Astronomen hebben de ontdekking van meer dan 1.200 nieuwe planeten buiten ons zonnestelsel gemeld. Deze exoplaneten werden met de ruimtetelescoop Kepler van het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA gevonden.

De Kepler had aanwijzingen van meer dan vierduizend potentiële exoplaneten. Van 1.284 stuks is met 99 % waarschijnlijkheid te zeggen dat het raak is. “Het gaat om het grootste aantal exoplaneten dat ooit in één keer is bekend geworden”, zei Timothy Morton van de New Jersey Princeton University vandaag op een persconferentie in Washington.

Ellen Stofan van de NASA zegt dat door dit onderzoek het aantal Kepler-planeten meer dan verdubbeld is. “Dit geeft ons hoop dat wij, ergens rond een ster die erg lijkt op de onze, nog een Aarde kunnen ontdekken.” Van de nieuwe planeten kunnen er 550 kleine gesteenteplaneten zijn, net zoals de aarde. Negen ervan komen in aanmerking om levensvatbaar te zijn. Deze hebben temperaturen die water in vloeibare vorm mogelijk maken.

Er zijn nu al meer dan 3.200 planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt, de meeste dankzij de Kepler. Die tekende volgens de NASA voor 2.325 stuks. “Voor de start van de Kepler wisten wij niet of exoplaneten zeldzaam of courant kunnen zijn in ons sterrenstelsel. Dankzij de telescoop en de wetenschappelijke gemeenschap weten wij nu dat er meer planeten zouden kunnen zijn dan sterren”, aldus Paul Hertz van de afdeling astrofysica van het Amerikaanse ruimtevaartbureau.

Bron: nlmetrotime.be

TERUG

 

Eerste licht voor ‘Four Laser Guide Star Facility' op ESO's Very Large Telescope
Eind april is op de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili, een evenement gehouden om het eerste licht van de vier krachtige lasers die een cruciaal onderdeel vormen van de adaptieve optische systemen van de Very Large Telescope luister bij te zetten.

De aanwezigen werden getrakteerd op een spectaculaire show van de geavanceerde lasertechnologie tegen de majestueuze hemel van Paranal. Het gaat om de krachtigste laser-richtsterren die ooit in de astronomie zijn toegepast, en het is voor het eerst dat bij ESO meerdere laser-richtsterren zijn gebruikt.

Naast de ESO-staf waren hooggeplaatste vertegenwoordigers aanwezig van de bedrijven die de verschillende componenten van het nieuwe systeem hebben gebouwd.

De Four Laser Guide Star Facility (4LGSF) projecteert met behulp van vier 22-watt lasers vier kunstmatige richtsterren op de hemel, door natriumatomen in de hoge atmosfeer zodanig aan het gloeien te brengen dat zij op echte sterren lijken. De kunststerren stellen de adaptieve optische systemen in staat om de vertroebelende werking van de aardatmosfeer tegen te gaan, zodat de telescoop scherpe opnamen kan maken. Door meer dan één laser te gebruiken, kan de atmosferische turbulentie veel nauwkeuriger in kaart worden gebracht, waardoor de beeldkwaliteit over een groter beeldveld aanzienlijk verbetert.

Bron www.engineersonline.nl
09-05-2016

 

 

TERUG

 

Mercurius Overgang op 9 mei 09-05-2016
Prachtig videofilmpje genomen met de NASA's Spacecraft

TERUG

 

Kijken naar een mini zonsverduistering in Artis 09-05-2016
Mercurius trekt maandag tussen zon en aarde door.
Het planetarium van Artis heeft speciaal twee telescopen buiten gezet om dit schouwspel te laten zien.Eens even kijken, ja, daar komt 'ie!" Astronoom Milo Grootjen (40) staat met een kleine groep toeschouwers om een grote optische telescoop buiten het Planetarium van Artis. Op een wit houten scherm is het silhouet van de zon geprojecteerd. Aan de rechterkant, net onder het midden, sluipt om 13.12 uur een kleine zwarte bol als een soort kikkervisje het beeld in.


Mercurius zorgt voor een mini-zonsverduistering. Tot 20.40 uur trekt de kleinste planeet van ons zonnestelsel tussen de aarde en de zon door. De projectie van de telescoop is omgedraaid, dus eigenlijk schuift Mercurius niet van rechts zoals op het scherm te zien is, maar vanaf links langs de zon. 

De planeet is alleen te klein om dit met het blote oog te kunnen waarnemen. De zogeheten 'Mercuriusovergang' kan daarom ook aardbewoners die van het weer genieten vandaag niet storen. "De zon levert maar 0.004% aan lichtintensiteit in," legt Grootjen uit. Veertien keer per eeuw Het moment dat de planeet de zon op het scherm 'aanraakt' is belangrijk. "Hoe lang het duurt voordat de planeet te zien is geeft aan hoe groot de afstand naar de zon is," zegt Grootjen. Op die manier kunnen astronomen ook de eigenschappen van planeten in andere zonnestelsels vaststellen. Mercurius en de aarde kruisen elkaar elke vier maanden, maar omdat hun banen niet parallel lopen vindt deze Mercuriusovergang maar dertien tot veertien keer per eeuw plaats. De laatste keer was in 2008, en de volgende zal zijn in 2019.
Astronomie-liefhebber Jules (65) is speciaal voor de verschijning naar Artis gekomen."Het is alleen niet zo bijzonder als de Venusovergang in 2004. Dat gebeurt maar twee keer elke twee eeuwen.

TERUG

 

Belgische wetenschappers vinden drie nieuwe bewoonbare planeten -02-05-2016
Belgische sterrenkundigen hebben een planetenstelsel ontdekt dat bij uitstek geschikt is voor de zoektocht naar buitenaards leven. Het stelsel bevat drie planeten ter grootte van de aarde in een baan rond een extreem koel dwergsterretje. Toekomstige telescopen kunnen over een paar jaar precisiemetingen doen aan de dampkring en zo ontdekken of er leven voorkomt.

 

Sinds 1995 zijn al een paar duizend exoplaneten ontdekt - planeten bij andere sterren dan de zon. De grote vraag is natuurlijk of er op sommige van die planeten iets leeft. Door de enorme afstanden in het heelal is die vraag moeilijk te beantwoorden. Maar bij de drie nieuw ontdekte planeten moet het binnenkort lukken.

Michaël Gillon en zijn collega's van de Universiteit van Luik hebben de planeten ontdekt met een Belgische robot-telescoop op de La Silla-sterrenwacht in Chili. Die houdt volautomatisch en heel geduldig een stuk of zestig koele dwergsterretjes in het oog. Bij één daarvan, op 40 lichtjaar afstand van de aarde, zijn nu periodieke helderheidsdipjes gevonden. Die ontstaan wanneer een planeet voor de ster langs beweegt.Drie aarde-achtige planeten Uit de metingen, op 2 mei online gepubliceerd blijkt dat er sprake is van maar liefst drie aarde-achtige planeten. Het dwergsterretje produceert maar weinig warmte, maar omdat twee van de drie planeten er zo dichtbij staan, is het er toch lekker warm.De Leidse exoplanetenonderzoeker Ernst de Mooij, nu werkzaam op Queen"s University Belfast, omschrijft de Belgische ontdekking als "een van de belangrijkste van de afgelopen jaren. Als je zestig sterretjes bestudeert en er meteen al een vindt met drie kleine planeten, doet dat vermoeden dat zulke stelsels heel veel voorkomen. Het is een kwestie van tijd voordat er meer worden gevonden.Leven in het schemergebied De twee binnenste planeten keren waarschijnlijk altijd hetzelfde halfrond naar hun ster toe, net zoals de maan dat doet bij de aarde. Aan de dagzijde zijn ze heel heet; aan de nachtzijde juist heel koud. Maar in het schemergebied zou mogelijk leven kunnen voorkomen, aldus De Mooij.  Van de derde, buitenste planeet is de baan nog niet goed bekend; mogelijk ligt ook die in de 'bewoonbare zone' van de moederster.   

Sterrenkundigen zijn vooral enthousiast over de nieuwe ontdekking omdat het planetentrio bij uitstek geschikt is voor de speurtocht naar leven. Wanneer een planeet voor zijn ster langs beweegt, wordt een klein deel van het sterlicht gefilterd door de planeetdampkring. Op die manier valt de samenstelling van die dampkring te achterhalen. Als daar zuurstof, methaan en ozon in voorkomen in de juiste onderlinge verhoudingen, wijst dat op biologische activiteit.Buitenaards leven

Toekomstige telescopen, zoals de James Webb Space Telescope en de Europese Extremely Large Telescope kunnen zulke metingen doen bij kleine, aarde-achtige planeten. Maar die moeten dan wel om een koel dwergsterretje draaien, en op niet al te grote afstand in het heelal staan.

Bron : De volkskrant

TERUG

 

Astronomen ontdekken uniek object: komeet zonder staart 30-04-2016
Astronomen hebben een uniek object ontdekt dat lijkt te bestaan uit materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, uit de tijd dat de aarde ontstond. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat het hemellichaam bijna zijn hele leven opgeslagen is geweest in de Oortwolk, ver van de zon, zo schrijven zij in het wetenschappelijke tijdschrift Science Advances.

Waarnemingen met de Europese Very Large Telescope en de Canada-France-Hawaii Telescope laten zien dat C/2014 S3 (PANSTARRS) een langgerekte baan doorloopt - zoals een komeet - maar tegelijkertijd rotsachtig is - zoals een planetoïde. Het is voor het eerst dat een object van dit type is opgespoord.
C/2014 S3 (PANSTARRS) is ontdekt met de Pan-STARRS1-telescoop en werd oorspronkelijk geclassificeerd als een weinig actieve komeet, iets meer dan twee keer zo ver van de zon als de aarde. Zijn huidige lange omlooptijd (ongeveer 860 jaar) wijst erop dat hij uit de Oortwolk komt, en vrij recent in een baan is geduwd die hem dichter bij de zon brengt. Zijn grootte wordt geschat op 250 tot 700 meter.

Anders dan andere kometen uit de Oortwolk ontwikkelde C/2014 S3 (PANSTARRS) opmerkelijk genoeg geen staart. Nauwkeurig onderzoek van het licht dat door de 'komeet' wordt weerkaatst heeft nu laten zien dat het een typisch voorbeeld is van een planetoïde van type S. Zulke objecten worden doorgaans aangetroffen in het binnenste deel van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter. Daaruit leiden de astronomen af dat dit object waarschijnlijk bestaat uit vers materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, dat miljarden jaren opgeslagen is geweest in de Oortwolk en nu weer op de weg terug is naar zijn geboorteplaats.

Onduidelijk is nog hoeveel van zulke 'rotsachtige kometen' er in ons zonnestelsel te vinden zijn. Diverse theoretische modellen voorspellen het bestaan van zulke objecten, maar de voorspellingen van hun aantallen lopen uiteen. 'Afhankelijk van hoeveel we er gaan vinden, zullen we weten of de reuzenplaneten door het zonnestelsel hebben gedanst toen ze jong waren, of dat ze rustig zijn opgegroeid, zonder al te veel van hun plek te komen,' aldus de Belgische astronoom Olivier Hainaut, die heeft meegewerkt aan het onderzoek van C/2014 S3 (PANSTARRS).

30-04-16, 15.28u - Eddy Echternach - Bron: De Volkskrant
www.demorgen.be

TERUG

 

Cassini maakte een foto vanaf ongeveer 1,9 miljoen kilometer afstand van Pan
29-04-2016
De wirwar van ringen is een optische illusie en ontstaat doordat je de ringen zelf ziet én de schaduw die deze op Saturnus werpen.

De prachtige foto is gemaakt door ruimtesonde Cassini. Naast de ringen en Saturnus zelf zie je op de foto – als je heel goed kijkt – ook een maantje (in het midden van de foto). Het gaat om Pan. Het maantje is slechts 28 kilometer groot, maar slaagt er toch maar mooi in om een gat in de ring te maken.

Complex
De structuur van Saturnus’ ringen is vrij complex. Ook zijn er tal van ‘lege’ banen in de ringen te detecteren. Van sommige ‘lege’ banen weten we hoe ze zijn ontstaan. Zo weten we bijvoorbeeld dat de baan van Pan ervoor zorgt dat één zo’n ‘lege’ baan ook daadwerkelijk leeg blijft. Maar er zijn ook structuren in de ringen die op dit moment nog onverklaarbaar zijn.

Schaduw
Cassini maakte deze foto vanaf ongeveer 1,9 miljoen kilometer afstand van Pan. Saturnus bevindt zich achter de ringen en de ringen werpen een schaduw op de planeet. Omdat ringen zoals de A-ring en de Cassini Division – die je op de voorgrond ziet – niet helemaal ondoorzichtig zijn, kun je de schaduwen van de ringen door de ringen zelf heen zien.

Er is een goede reden om de foto’s die Cassini maakt, te koesteren. De missie van de ruimtesonde komt volgend jaar namelijk ten einde. In september 2017 zal Cassini opdracht krijgen om zich in de atmosfeer van Saturnus te boren.

Bron www.scientias.nl

TERUG

 

Ruimtetelescoop Kepler weer actief na dagenlange storing 20-04-2016

Sterrenkunde De Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler is weer stabiel, na een storing die een paar dagen heeft geduurd. De missie van de telescoop, het ontdekken van andere planeten, leek tijdelijk in gevaar te komen. Sinds gisteren is Kepler weer actief.

Op 7 april ontdekten vluchtleiders dat de ruimtetelescoop zichzelf in een veilige noodmodus had gezet, ongeveer veertien uur voordat Kepler op het centrum van het Melkwegstelsel gericht zou worden.

De noodmodus is de laagste 'stand' waarin het apparaat functioneert. Deze modus wordt pas ingeschakeld als het ruimtevaartuig in serieuze problemen zit. De noodmodus is bedoeld om meer schade te voorkomen, maar verbruikt ook het meeste brandstof. NASA onderzoekt de mogelijke oorzaak van de storing.

Kepler werd in 2009 op een missie gestuurd om planeten te ontdekken die rondom andere sterren dan de zon draaien. In de jaren die volgden ontdekte de ruimtetelescoop meer dan duizend van deze zogenoemde exoplaneten, waaronder twaalf leefbare planeten die erg op de aarde lijken. Dankzij Kepler heeft de studie naar exoplaneten een enorme stap gemaakt. Kepler kwam in 2013 ook al in de problemen, toen de gyroscopen uitvielen. Daardoor moest de eerste missie worden afgebroken. Het team slaagde er toen in het ruimtevaartuig op een tweede missie te sturen. Momenteel maakt Kepler - in een andere operationele modus - nog steeds jacht op planeten bij andere sterren, als onderdeel van de K2-missie. Kepler zat middenin die tweede missie toen hij in de noodmodus belandde.

bron  www.hln.be

TERUG

 

Verbazing alom onder natuurkundigen: licht kan achteruit lopen 15-04-16
Het is dat 1 april al voorbij is, anders zou het een geslaagde nerdgrap kunnen zijn. Maar natuurkundigen nemen momenteel verrast kennis van een experiment aan de universiteiten van Glasgow en Edinburgh dat licht achteruit laat lopen. Extra opmerkelijk is dat voor de proef niet meer nodig is dan een pulslaser, een matglazen scherm en een supersnelle camera.

Ik dacht eerlijk gezegd dat het de zoveelste bullshit-studie was", zegt de Amsterdamse lichtfysicus Kobus Kuipers van FOM-Amolf na lezing van de paper in Scientific Advances, een online spin-off van Science. "Maar ze doen echte en elegante proeven die laten zien dat ze in zekere zin de tijdrichting in een waarneming echt kunnen omdraaien."

Bedenker van het opmerkelijke Schotse experiment is quantum- en laserfysicus Daniele Faccio van de Herriot Watt universiteit in Edinburgh. Hij realiseerde zich dat een klassiek effect voor geluid, dat ooit werd beschreven door de Britse fysicus Lord Rayleigh, ook voor licht moest opgaan.

Dat Rayleigh-effect komt er op neer dat geluid van een bron die sneller dan de geluidssnelheid beweegt in omgekeerd volgorde wordt gehoord.

Een lichtbron die sneller dan de lichtsnelheid beweegt, lijkt principieel in tegenspraak met de relativiteitstheorie van Einstein, waar niets sneller dan het licht beweegt. Maar het kan wel degelijk, benadrukt Faccio's collega Mateo Clerici. "Zolang de bron geen fysieke bron voor het licht is, is er eigenlijk niks aan de hand."

Kuipers vergelijkt de situatie beelden met een golf op zee die onder een scherpe hoek op het strand aankomt. Daardoor beweegt het raakpunt met veel hogere snelheid dan de eigenlijke golfsnelheid op het water.

In het experiment raakt een brede laserpuls een glazen scherm dat onder een schuine hoek is geplaatst. Waar de laser het scherm het eerst raakt licht het scherm op, maar dat licht heeft tijd nodig om daarna de camera te bereiken. Een punt verderop op het scherm licht  wat later op, waarna ook daarvan licht naar de camera onderweg gaat.

Onverwachtte effecten

De Schotten laten zien dat bij heel scherpe hoeken de lichtvlek met meer dan de lichtsnelheid over het scherm beweegt. Daardoor is licht van het laatste punt dat op het scherm geraakt wordt, toch als eerste bij de camera.

Dat leidt tot onverwachte effecten, zegt Clerici. "Bij snelheden onder de lichtsnelheid zie je in video-opnames de lichtvlek gewoon van links naar rechts bewegen. Bij meer dan de lichtsnelheid gaat de vlek echter van rechts naar links. Van achter naar voor, als het ware. Alsof je klok achteruit loopt."
 

In een tweede experiment gebruiken de onderzoekers een gebogen scherm, zodat de invalshoek van de laser en dus de snelheid van de lichtvlek onderweg varieert. Daardoor ontstaan twee lichtvlekjes, die bij gewone snelheden naar elkaar toe bewegen, maar uit elkaar bij snelheden boven de lichtsnelheid. In het ene geval vernietigen ze elkaar, in het andere ontstaat een paar, lijkt het. Terugreizen in de tijd. Kuipers noemt de waargenomen omkeringen fascinerend, maar waarschuwt ook voor overhaaste conclusies. 'Voordat mensen beginnen over terugreizen in de tijd, moet je je realiseren dat het hier niet om echte gebeurtenissen gaat, maar de aankomst van hetzelfde lichtsignaal. Er wordt eigenlijk geen informatie in de tijd verzonden.'

Ook Clerici denkt dat zijn experimenten niet morrelen aan de fundamenten van de natuurkunde. "Het is de demonstratie van een effect dat op papier moest bestaan, maar nooit was waargenomen." Wel geeft hij aan dat de omkering van signaalvolgordes in andere golfverschijnselen belangrijk kan zijn. In sommige situaties kunnen geologen aardbevingsgolven door reflecties achterstevoren zien binnenrollen, waardoor de verkeerde plek als epicentrum wordt aangewezen.

Geschreven door Martijn van Calmthout
bron : www.demorgen.be

 

TERUG

 

Ruimtetelescoop Kepler is in de problemen 11-04-2016

Ruimtevaart NASA's ruimtetelescoop Kepler, die al jaren succesvol de ruimte afspeurt naar planeten die veel op de aarde lijken, is in nood. Daardoor dreigt de ruimtemissie gevaar te lopen.

Tijdens een routinecontrole werd donderdag duidelijk dat de ruimtetelescoop in de noodmodus is gegaan. Dat is de laagste 'stand' waarin het apparaat functioneert. De modus wordt pas ingeschakeld als het ruimtevaartuig in serieuze problemen zit. De noodmodus is bedoeld om meer schade te voorkomen, maar is ook het meest brandstofverbruikend. 

Volgens NASA was Kepler enkele dagen eerder nog volledig operationeel. Het is onduidelijk waardoor de problemen worden veroorzaakt en of NASA erin zal slagen de satelliet weer tot leven te wekken. Het opsporen en oplossen van het probleem kan veel tijd kosten, omdat de planeet 121 miljoen kilometer is verwijderd van het missiecontrolecentrum. Het kost ieder signaal dertien minuten om die afstand te overbruggen.

Bron www.hln.be

 

TERUG

 

 

Ringen en ijsmanen van Saturnus ontstonden pas 100 miljoen jaar geleden.
20-03-2016
Als we 100 miljoen jaar konden teruggaan in de tijd, zou de planeet Saturnus er heel anders uitzien. Nieuw onderzoek, waarvan de resultaten binnenkort in de Astrophysical Journal worden gepubliceerd, wijst er namelijk op dat de planeet toen nog geen ringen had. Ook zijn binnenste ijsmanen zijn mogelijk van latere datum.

Eeuwenlang gingen wetenschappers ervan uit dat de ringen en de binnenste manen van Saturnus, die grotendeels uit bevroren water bestaan, zo oud zijn als de planeet zelf: ruwweg 4 miljard jaar.

Saturnus - Foto genomen van Cassini in 2006

 
Op basis van computerberekeningen concludeerden Franse astronomen in 2012 echter dat deze manen, door de getijdenwerking van hun moederplaneet, relatief snel naar buiten spiralen. Dat betekent dat ijsmanen als Enceladus, Tethys, Dione en Rhea, die zich vrij dicht bij Saturnus bevinden, vrij jong zijn.

Daarnaast wees recent Amerikaans onderzoek uit dat sommige Saturnusringen verrassend weinig massa hebben. Omdat ringstructuren sneller uiteenvallen naarmate ze minder materiaal bevatten, kunnen ook die nog niet zo lang bestaan: hooguit enkele honderden miljoenen jaren.

Via nieuwe computersimulaties komen Matija Cuk (SETI Institute) en Luke Dones en David Nesvorny (Southwest Research Institute) nóg lager uit. Cuk en zijn collega’s concluderen dat de ringen en ijsmanen van Saturnus niet veel ouder kunnen zijn dan 100 miljoen jaar. Ter vergelijking: dinosauriërs ontstonden 230 miljoen jaar geleden op aarde.

De onderzoekers vermoeden dat de ringen en de ijsmanen overblijfselen zijn van enkele ‘oermanen’, die door baanverstoringen – waarbij mogelijk ook de grote maan Titan een rol heeft gespeeld – met elkaar in botsing zijn gekomen. Het ijspuin dat daarbij vrijkwam, zou deels zijn samengeklonterd tot nieuwe maantjes; de rest vormt de ringen.

Eddy Echternach

Bron :www.nrc.nl

TERUG

 

Een gigantische gaswolk is op weg naar een clash met ons melkwegstelsel 03-02-2016
Een gigantische gaswolk is op weg naar een clash met ons melkwegstelsel. Het gevaarte heeft een massa van maar liefst één miljoen zonnen en reist aan een duizelingwekkende snelheid van 1.126.540 km/u. Het goede nieuws: de botsing is nog niet voor de komende 30 miljoen jaren.

De gaswolk is qua omvang te vergelijken met het sterrenbeeld Orion. Ze is gevuld met zwavel, is meer dan 11.000 lichtjaren lang en 2.500 lichtjaren breed, en heeft evenveel massa als een miljoen zonnen. Maar ze is niet zichtbaar in optische golflengten, omdat ze geen sterren heeft.
 

De gaswolk werd in 1963 in Nederland ontdekt door Gail P. Smith vanuit de Dwingeloo Radiotelescoop. Waarschijnlijk werd de wolk zo'n 70 miljoen jaren geleden - toen de dinosaurus T. Rex nog op aarde vertoefde - uit ons Melkwegstelsel gezwierd, en is ze er nu dus weer naar op weg. Wat omhoog gaat, moet vroeg of laat ook weer omlaag.
 

Sinds 1963 werd de zogenaamde 'Smith-wolk' nog herhaaldelijk waargenomen via radiogolflengten in West-Virginia, en recent nog met de bekende ruimtetelescoop Hubble. Die stelde vast dat de wolk toch zware elementen zoals zwavel bevat, in tegenstelling tot wat eerder was gebleken uit analyse.

2 miljoen nieuwe sterren
"De wolk laat ons zien hoe een sterrenstelsel doorheen de tijd kan veranderen", zegt Ander Fox van het Space Telescope Science Institute in Baltimore. "Ze vertelt ons dat de Melkweg een borrelende, erg actieve plaats is waar gas uit één deel van de schijf kan worden weggekatapulteerd om daarna weer neer te dalen op een ander deel.

Die tweede schijf is in dit geval die van onze melkweg - een afgeplat cirkelvormig volume van sterren - waarmee de gaswolk naar verwachting over ongeveer 30 miljoen jaar zal botsen, zo beweren wetenschappers. Als de clash voldoende materie en energie zou hebben, dan zouden er twee miljoen nieuwe sterren met zonnemassa kunnen ontstaan rond de impactzone, zegt Fox. "Ons melkwegstelsel recycleert zijn gas via wolken, zoals de Smith-wolk, en zal op nieuwe plaatsen sterren vormen. De omvang van de Smith-wolk die Hubble mat, geven ons een beeld van hoe actief de schijven van de sterrenstelsels zijn."

Geschreven door Yoeri Vlemings
Bron : www.demorgen.be
           Nasa

TERUG

 

Zwervende planeet draait toch om ster, in baan die nog wijder is dan die van ‘Planeet 9’ 26-01-2016
Een planeet die eenzaam door de ruimte leek te zwerven, draait toch om een ster. Dat heeft een team van Britse, Amerikaanse en Australische astronomen ontdekt. De afstand tussen planeet en ster is wel ongekend groot: 6.500 keer de afstand zon-aarde.
 


De afgelopen jaren is een tiental uiterst lichtzwakke objecten ontdekt die tussen de sterren van onze Melkweg zwerven. In de meeste gevallen bleken dat bruine dwergen: sterren met weinig massa die heel weinig warmte genereren. Maar enkele zouden Jupiter-achtige planeten kunnen zijn. Planeten produceren helemaal geen warmte, maar zijn kort na hun ontstaan nog wel warm genoeg om infraroodstraling uit te zenden.

Het in 2008 ontdekte object 2MASS J2126 leek tot nu toe jong en koel genoeg om tot de solitaire planeten te worden gerekend. Vlak ernaast stond weliswaar een zwakke ster, maar er waren geen concrete aanwijzingen dat de twee ruimtelijk dicht bij elkaar stonden.

Eddy Echternach

Bron www.nrc.nl

TERUG

 

Negende planeet ontdekt in ons zonnestelsel 20-01-2016
Hij blijkt toch te bestaan: de mysterieuze negende planeet, in een baan ver voorbij Pluto. Astronomen van de Technische universiteit van Californië maakten vandaag zijn bestaan bekend, een ijzige gasplaneet, ongeveer vier keer groter dan de aarde en op een onafzienbare afstand verwijderd van de zon.

Niemand heeft de nieuwkomer nog gezien, ook de ontdekkers Michael Brown and Konstantin Batygin niet. Ze hebben zijn bestaan afgeleid van de beweging van recent ontdekte dwergplaneten in het buitengebied van het zonnestelsel. De banen van deze kleine ruimtekeien wiebelen een beetje en deze kleine veranderingen zijn alleen te verklaren door de zwaartekrachteffecten van een groter object, nog verder weg, aldus de studie van Brown en Batygin die in het wetenschappelijke tijdschrift Astronomical Journal is gepubliceerd Planeetonderzoekster Daphne Stam van de TU Delft noemt de ontdekking een verrassing. Er zijn de afgelopen jaren wel veel dwergplaneetjes ontdekt in de buitengebieden van het zonnestelsel, "maar dit is echt een joekel".

De kans dat de negende planeet op korte termijn echt gezien wordt, is niet groot. "Hij staat meer dan honderd keer zo ver als Neptunus", zegt Stam. "Op deze afstand van de zon zal de planeet zo weinig licht reflecteren, dat we hem met bestaande technieken vermoedelijk niet kunnen zien." Ook is het er zo koud dat thermische detectoren de negende planeet vermoedelijk ook niet kunnen spotten. Bovendien is de exacte baan nog niet bekend, waardoor astronomen niet weten waar ze precies moeten kijken.

Eerder werd vermoed dat er meer grote planeten in het zonnestelsel zouden draaien, zoals planeet X. Deze werd "ontdekt" in de jaren dertig, maar zijn bestaan werd later ontkracht toen bleek dat sprake was van een rekenfout bij de berekening van de baan van Neptunus. De kans op net zo"n rekenfout acht onderzoekster Stam nu een stuk kleiner. Ze omschrijft haar Amerikaanse collega Brown als een "zeer betrouwbare wetenschapper" die niet over een nacht ijs gaat.

Planeet Negen lijkt vermoedelijk op Neptunus en Uranus, ijsklompen aan de rand van het zonnestelsel. Zijn baan is weliswaar enigszins elliptisch, maar hij komt nooit dicht genoeg bij de zon om zichtbaar te worden. "Het is wel jammer dat we hem niet kunnen zien", zegt Stam. "Doordat we zijn bestaan alleen kunnen afleiden uit meetgegevens, is het dus voorlopig nog wel een theoretische planeet.

De stomverbaasde astronomen hadden aanvankelijk moeite hun meetgegevens te geloven, zeggen ze. Maar het lukte ze niet de data op een andere manier te kunnen verklaren. Brown is de ontdekker van diverse dwegplaneten ter grootte van Pluto. Zijn ontdekkingen leidden er onder meer toe dat Pluto niet langer wordt beschouwd als de negende planeet, omdat hij te klein is. "Mijn dochter is daar nog altijd kwaad over", zegt Brown in de Washington Post. "Ze heeft gezegd dat ze me pas vergeeft als ik een nieuwe planeet ontdek.

bron De Morgen

TERUG

 

China Luistervinkt naar buitenaards leven met grootste telescoop ter wereld 23-10-2015

Chinese wetenschappers bouwen de grootste radiotelescoop ter wereld. Die zal beter dan welke andere telescoop ook zwakke boodschappen uit de ruimte kunnen oppikken die eventueel kunnen wijzen op intelligent leven.

De assemblage van FAST (Aperture Spherical Telescope) is in juli begonnen en moet volgend jaar voltooid worden. De reflectorschijf van de telescoop krijgt een diameter van 500 meter. Totnogtoe was het Arecibo Observatorium in Puerto Rico de grootste radiotelescoop ter wereld. Die heeft een diameter van 300 meter. Hoe groter de schijf, hoe beter de telescoop signalen kan oppikken.

Hypergevoelig oor
Nan Rendong, leider van het FAST-project, verklaart aan het nieuwsagentschap Xinhua: "Een radiotelescoop is als een hypergevoelig oor en speurt naar relevante radioboodschappen in het lawaai van het universum. Vergelijk het met het identificeren van het geluid van cicaden tijdens een onweer".

De telescoop ligt verzonken in een natuurlijke komvormige vallei in de Chinese provincie Guizhou. De geografie van de omliggende heuvels en het feit dat de site afgelegen ligt, zorgen ervoor dat er minder interferentie is met radiosignalen vanop Aarde.

De reflectorschijf zal met pijlers en kabels boven de grond worden opgehangen. Zo kan die verplaatst worden en kunnen wetenschappers naar geluiden luisteren uit verschillende delen van de ruimte.

Ontdekkingen
Het SETI Instituut, dat de zoektocht naar buitenaards leven leidt, heeft nog nooit een boodschap opgevangen die ontegensprekelijk van een buitenaardse beschaving komt. Nochtans heeft SETI een aantal telescopen, zowel op Aarde als in de ruimte, ter beschikking. Aan de andere kant: zelfs als buitenaardse wezens geen contact leggen, hebben kleinere telescopen dan FAST hun nut al bewezen bij het ontdekken van nieuwe planeten, kometen en pulsars.

De bouw van de telescoop is een opsteker voor China's eigen ruimteprogramma. De ruimteverkenningen van de Chinezen begonnen pas in de jaren 1990, maar het land stuurde inmiddels al een mens in de ruimte. China plant momenteel de lancering van een ruimtestation en een bemande missie naar de Maan. Beide zouden moeten plaatsvinden in de jaren 2020. De telescoop maakt Chinese wetenschappers voor het verzamelen van data onafhankelijk van buitenlandse ruimtetelescopen.

bron www.hln.be

TERUG

 

Supernova in de herhaling 29-05-2016

Ontdekt: één supernova die op drie momenten, met jaren ertussen, is ontploft. Dankzij een gravitatielens.

Eén supernova, miljarden lichtjaren ver weg, die drie keer, op drie verschillende plaatsen en momenten, lijkt te ontploffen. Dat kán – en de laatste keer dat de ontploffing te zien was, hebben Amerikaanse sterrenkundigen die waarneming ook nog met grote nauwkeurigheid voorspeld. Ze beschreven de supernova (een ster die aan het eind van zijn leven ontploft) vorige week in een artikel in het online wetenschapstijdschrift .

Dat de ontploffing driemaal op drie plekken leek plaats te vinden, komt doordat de supernova zich achter een zwaar sterrenstelsel bevindt dat werkt als gravitatielens: de zwaartekracht van het stelsel buigt het licht langs verschillende wegen naar ons toe.

De ‘eerste explosie’ van de ster, SN Refsdal, vond plaats in 1998, zo is berekend (het is toen niet gezien). De tweede was in november 2014. Hetzelfde team Amerikaanse astronomen beschreef die waarneming afgelopen maart in Science. Het ging toen om een viervoudige ontploffing, doordat nog een ander sterrenstelsel het licht via vier subroutes onze kant op buigt. Die vier beelden staan in een prachtig regelmatig kruis (een zogenoemd ‘Einsteinkruis’) rondom dat sterrenstelsel. Het verschil in reistijd voor het licht was enkele dagen tot enkele weken. Het was voor het eerst dat een supernova meervoudig werd gezien via een gravitatielens.

Op basis van aannames over de massaverdeling van het eerste sterrenstelsel-met-lenswerking hebben de astronomen destijds uitgerekend dat de supernova zich nóg een keer zou tonen: eind dit jaar of begin 2016. De Hubble-ruimtetelescoop lag op de loer en snapte het gebeuren op 11 december. Weer een primeur: observatie van de eerste voorspelde supernova.

Volgens een van de onderzoekers, Steve Rodney (universiteit van South Carolina), komen we hierdoor meer te weten over de verdeling van donkere materie in de lensende sterrenstelsels, en over de supernova zelf. „We publiceren binnenkort dat hij veel wegheeft van SN 1987A, de beroemde supernova die in 1987 ontplofte in een buurstelsel van ons”, mailt hij.
 

Herbert Blankesteijn

Bron: Nrc.nl

TERUG

 

 

Lightsail: een zeilschip in de ruimte 20-05-2016
Op 20 mei, om 17u05 onze tijd, vertrok er een een Atlas V-raket van United Launch Alliance richting ruimte. Aan boord: een ruimtevliegtuigje van de Amerikaanse defensie maar ook een zogenaamde cubesat: Lightsail.
Lightsail heeft met een formaat van 10 cm x 10 cm x 30 cm de afmetingen van een flinke cake, en zit weggestopt als secundaire vracht onder het ruimtevliegtuig. Niet Nasa is de bezieler van het originele tuig, maar de Planetary Society, een non-profitorganisatie die wereldwijd actief is en geleid wordt door populaire wetenschapsgoeroe Bill Nye.

Groot zeil in een klein doosje

Het doel van Lightsail zit vervat in de naam: het ruimtetuig sleurt een ontplooibaar zeil met zich mee, waardoor het letterlijk door de ruimte zal zeilen. Het dunne zeil is gemaakt van mylar en zit weggestopt aan boord van het minischip. 28 dagen na de lancering zal het zeil zich ontplooien tot een vlak van 32 vierkante meter. De hoofdmissie van Lightsail is om te constateren of het ontplooien goed verloopt. De baan van de satelliet is te laag om lang rond te vliegen met het zeil ontvouwd: ongeveer twee dagen na het activeren er van, een maand na de lancering dus, zal het zeilschip opbranden in de dampkring.


Lichtzeilschip

Lightsail gaat niet zeilen op wind, maar op licht. Hoewel fotonen afkomstig van de zon (of eender welke andere bron) geen massa hebben, bezitten ze wel energie en momentum. Wanneer de fotonen het zeil raken geven ze een klein duwtje, net zoals een zacht briesje bij een zeilschip op zee. De kracht van de fotonenwind is minimaal, maar toch heeft een ruimtezeilschip vooral voordelen tegenover een klassieke chemische raketmotor.

In de ruimte is immers geen weerstand, en de zon schijnt altijd. Fotonen blijven zo onafgebroken duwen tegen het zeil, waardoor Lightsail in theorie blijft versnellen. Hoewel die versnelling astronomisch veel lager ligt dan wat een raketmotor kan bewerkstelligen, is de bereikbare maximumsnelheid veel hoger. Bovendien wordt de kostprijs enorm gedrukt: brandstof heeft een ruimtezeilschip niet nodig, een dure raketmotor kan achterwege blijven en het mylar-zeil zelf kost amper geld.

 
Goedkoop interplanetair vliegen

“Zeilende cubesats kunnen de verkenning van het zonnestelsel toegankelijk maken voor iedereen”, aldus Bill Nye, CEO van de Planetary Society. Wie veel tijd heeft om een ruimtetuig naar ergens te sturen kan dat heel voordelig doen met een schip als Lightsail. Het grootste nadeel is dat Lightsail en andere toekomstige zeilschepen er maanden en jaren langer over doen om ergens te geraken in vergelijking met een klassiek ruimtetuig. Voor de meeste privéondernemingen of universiteiten is een ruimteschip dat lang naar ergens vliegt natuurlijk veel interessanter dan een sneller maar onbetaalbaar exemplaar.

Bron www.zdnet.be

 

TERUG