DE CORNEA OF HET HOORNVLIES

DE CORNEA OF HET HOORNVLIES

Het hoornvlies (cornea) is het etalageruitje van het oog. Dit is het buitenste, glasachtige deel van het oog, waarop men contactlenzen aanbrengt en wat geïrriteerd raakt als het met stof in aanraking komt. Het hoornvlies is ongeveer 550 micron dik (0,55 millimeter) en heeft een diameter van gemiddeld 12 mm. 

Hoewel men dikwijls denkt dat de ooglens verantwoordelijk is voor het projecteren van het beeld, is ook de cornea heel belangrijk voor deze  functie Het is de vaste focuslens van het oog. De grootste lichtbreking wordt door het hoornvlies gedaan. Het hoornvlies is ca. een halve millimeter dik (ca. 500 micron, 1 micron is 1/1000 millimeter) en bestaat uit vier lagen waarover een dun traanlaagje ligt. 
Onder de traanlaag is de epitheel, de bovenste laag van het hoornvlies gelegen. 
Wanneer men een stofje in de ogen krijgt voelen we al snel een irriterende pijn. Daarvoor is het epitheel verantwoordelijk voor. Eveneens als lenzen voor de eerste maal op de cornea geplaatst worden, kan het enkele seconden een prikkerig gevoel geven Het epitheel is de buitenste plaveiselcellaag van het hoornvlies. Deze laag kan het lichaam snel zelf repareren. 
Vervolgens treffen we de dikste laag van het hoornvlies aan, het stroma. Door de regelmaat van de ordening en de kleine diameter van de vezels is het hoornvlies helder.

hoornvlies breekt de lichtstraal

Stroma vezels zijn langgerekte vezels die 90% van de dikte van het hoornvlies bepalen en zich van pool tot pool uitstrekken (12.0 millimeter lang) Deze langgerekte vezels hebben voortdurend de neiging om vocht op te nemen. Het stroma bestaat voor 72% uit vocht, dit wisselt al naar gelang de zuurstofvoorziening van het hoornvlies en de functie van het endotheel. Een tekort aan zuurstof laat het stroma verder opzwellen, 10% zwelling is met een microscoop zichtbaar, 20% zwelling geeft een wazig (ondoorzichtig) hoornvlies. Een slecht functionerend endotheel laat het stroma ook opzwellen met hetzelfde resultaat.
De stromalaag pal onder het epitheel heeft een andere structuur en wordt het Membraan van Bowman genoemd. Deze laag dient als steunweefsel voor het epithelium.
De volgende laag, het Descemet membraan geeft stevigheid en biedt weerstand tegen ontstekingsprocessen. Dit membraan wordt gedurende ons leven steeds dikker
Hieronder ligt het endotheel, dat maar één cel dik is. Deze cellen kunnen door het lichaam niet vernieuwd worden. Verwonding of ziekte van het endothelium kan tot permanente beschadiging van het oog leiden. De endotheelcellen zijn belangrijk voor het op peil houden van het vocht en zoutgehalte in het hoornvlies. Als er teveel water in het hoornvlies zit, gaan men mistig zien doordat het hoornvlies troebel wordt en er een wazig beeld ontstaat. Het teveel aan water wordt door de endotheelcellen weggefilterd.

De kromming van het hoornvlies bepaalt in sterke mate de breking van het binnenkomende licht. Een traanfilm zorgt voor het glad maken van het oppervlak. Bovendien draagt het bij tot de voeding van het hoornvlies. De kromming van de cornea wordt ook gemeten om het type contactlenzen te dragen. De binnenkromming wordt aangepast aan de buitenkromming van de cornea. Hoewel dit even belangrijk is bij zachte als harde, was het vroeger pijnlijker dan nu, aangezien er uitsluitend harde lenzen verkocht werden. Indien de kromming van de contactlens te vlak is beweegt ze teveel, (goed te zien bij het knipperen) Bij harde kan ze zelf gemakkelijk uitvallen. Omgekeerd en nog belangrijker, indien de lens te gekromd is, beweegt ze bijna niet, waardoor er een tekort aan zuurstof is voor de cornea. Hierdoor kunnen er ontstekingen in de sclera (scleritis) komen. Deze adertjes proberen het hoornvlies te bereiken omdat de cornea te weinig zuurstof krijgt. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat deze ontstekingen steeds aan de lenzen te wijten zijn, doch in dit geval is het ten zeerste aangeraden de lenzen niet meer te dragen tot de ontsteking genezen is. Mogelijke afwijkingen van de cornea zijn astigmatisme - keratoconus -corneaerosie