DROMEN EN ZIEN

Als iemand zegt dat hij niet droomt, zegt hij eigenlijk dat hij zich geen dromen herinnert. Sommige mensen slapen diep, andere veel lichter. Zij worden vaker wakker. En kunnen zich dan meer dromen herinneren. Ook als mensen door bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld een zware deken, lichter slapen, lijkt het net of ze meer dromen. Ze herinneren zich dan echter meer dromen.

We dromen een aantal keren per nacht gedurende speciale slaapperiodes die we REM slaap noemen. REM staat voor Rapid Eye Movement. Gedurende deze REM slaap maken we snelle bewegingen met onze ogen. ( zie nystagmus )
REM slaap begint omdat bepaalde zenuwcellen in de hersenstam (bovenin de nek) actief beginnen te worden. Deze zenuwcellen activeren het midden van de hersenen waar het zogeheten limbisch systeem zit. Dit gebied houdt zich vooral bezig met het verwerken van emoties zoals woede, verdriet, angst of juist bijdschap en vreugde. Als gevolg daarvan ervaren we een bepaalde emotie in onze dromen. De remslaap komt bij iedereen vier tot vijf keer per nacht voor en dromen ongeveer 25% van de tijd dat we slapen.

Ter hoogte van de visuele cortex verwerken we overdag alles dat we zien. Omdat onze hersenen zich tijdens REM slaap niet richten op de buitenwereld maar op de binnenwereld, werkt het visueel systeem anders dan overdag. In plaats van het verwerken van informatie afkomstig buiten het oog, verwerkt de cortex of visuele systeem alleen interne informatie vanuit de hersenen, wat zorgt dat men allerlei dingen in je droom ziet. Je hersenen doen namelijk alsof het echt is en het beeld echt van buiten is. Het beeld wordt als het ware voor je ogen geprojecteerd: het visuele systeem is je eigen filmprojector en je ogen zijn het bioscoopscherm.
We dromen niet alleen tijdens onze remslaap, zoals vroeger werd gedacht, maar ook tijdens de diepe slaap, hoewel we dan anders dromen, met lossere prikkels en minder als een visueel sterk geheel. Pierre Maquet en zijn collega’s van de Universiteit Luik stellen in het vakblad Neuron dat dromen in de diepe slaap meer ervaringen van de voorbije dag zouden reflecteren dan dromen in de remslaap.
Net als van slapen wordt van dromen gedacht dat het helpt bij het verwerken van prikkels in ons geheugen. In de diepe slaap zouden herinneringen geëvalueerd en opgeslagen worden, in de remslaap zouden ze gekoppeld worden aan wat de hersenen al weten. Maar niet alle wetenschappers aanvaarden dat onderscheid. Sommigen stellen dat dromen niet in de eerste plaats als een geheugensteun fungeren, maar wel als een emotionele regulator. 

Nachtmerries

In het vakblad Psychological Science werd onlangs nog een onderscheid gemaakt tussen dromen in de diepe slaap, die vooral vriendelijke elementen zouden bevatten, en dromen in de remslaap die vol angstige prikkels zouden zitten. Nachtmerries zouden dus vooral iets van de remslaap zijn. In bijna de helft van de nachtmerries moet de dromer ontsnappen aan een aanvaller, en bij kinderen is dat beduidend vaker zo dan bij volwassenen. Kinderen moeten ook meer op de loop voor dieren dan volwassenen.

Sommige psychologen verklaren dit door het gegeven dat dromen ons voorbereiden op wat we in het echte leven kunnen ervaren, maar anderen vinden dat te vergezocht. Een hulp bij het organiseren van geheugen en emoties, verder willen ze niet gaan. Sommige wetenschappers menen zelfs dat dromen helemaal geen betekenis hebben, dat ze gewoon een gevolg zijn van het feit dat de hersenen actief blijven als we slapen, en dat wij af en toe iets beseffen van wat ze aan het uitspoken zijn.

Vreemd in deze context zijn wel recente rapporten in onder meer het vakblad Consciousness and Cognition, waaruit blijkt dat gehandicapte mensen dingen dromen waartoe ze niet in staat zijn. Mensen die hun leven lang verlamd zijn, kunnen dromen dat ze wandelen, en dove mensen dromen dat ze kunnen horen. Dromen zouden dus een oorsprong hebben in een beeld dat de hersenen van een normaal functionerend lichaam hebben. Maar misschien zijn ze in dit geval gewoon een gevolg van de prikkels over een ‘normaal’ bestaan die gehandicapte mensen in hun dagelijkse leven oppikken. (DD)

Wie dromen in kleur?

Mensen die beroepshalve veel met kleur te maken hebben, dromen vaker in kleur. Ook wordt wel gezegd dat vrouwen meer in kleur dromen dan mannen. Maar of dat echt zo is? Misschien lijkt het wel zo, omdat mannen vaker dan vrouwen kleurenblind zijn. Uit sommige onderzoeken komt naar voren dat dove mensen meer in kleur zouden dromen. Ook leeftijd kan meespelen. Over het algemeen schijnen dromen met het verstrijken van de tijd wat 'kleurlozer' te worden. Kinderen dromen misschien iets meer in kleur dan volwassenen en mensen onder de vijftig iets meer dan vijftigplussers.

Blinden dromen ook
Evenveel als niet blinden. Hoe ze dromen hangt wel af van het moment waarop ze blind zijn geworden. Mensen die blind geboren zijn hebben geen beelden in hun dromen; ze hebben wel meer smaak, geur en tast elementen in hun droom dan niet-blinde mensen. Mensen die voor hun 5e jaar blind zijn geworden dromen zelden in beelden, en als je blind wordt tussen je 5e of je 7e heb je soms nog wel dromen met beelden. Mensen die na hun 7e blind zijn geworden dromen nog het vaakst in beelden, alleen neemt de hoeveelheid en scherpte van deze beelden af met de tijd