HOE ZIEN INSEKTEN

 

Algemeen

 

Insecten kunnen niet ver kijken met hun facetogen. Hoeft ook niet, want een samengesteld beeld van nabije bloemen en planten is voldoende. Daarnaast bezitten ze nog over andere zintuigen om te zien. Vlinders bijvoorbeeld hebben voelsprieten in alle soorten en maten: antennes waarmee ze kunnen voelen en ruiken. De facetogen van de dagpauwoog zijn niet groter dan speldenknoppen. Maar vergis je niet. Daarin zitten duizenden lensjes. En het facetoog van de doodshoofdvlinder telt meer dan 12.000 van elkaar gescheiden oogjes.

 

DE BIJ

Bijen hebben 2 facetogen aan de zijkanten en 3 puntogen bovenop de kop. Een bij kan wel 200 beelden per seconde afzonderlijk waarnemen. Het bijenoog kan daardoor ook tijdens een snelle vlucht laag over de grond bloemen als "stilstaande" objecten waarnemen. Bijen zijn bijziend, ons mensenoog kan beter in de verte kijken. Ook is het frequentiespectrum dat bijen zien anders dan dat van ons, bijen zien geen rood licht dit is voor hen zwart. Wel zien ze het voor ons ontzichtbare UV licht, hierdoor zien bloemen er voor bijen heel anders en beter te herkennen uit.
Bijen kunnen met de facetogen ook gepolariseerd licht waarnemen. Het zonlicht wordt in de atmosfeer gepolariseerd volgens bepaalde patronen.

 Door analyse hiervan is de plaats van de zon aan de hemel vast te stellen, zelfs als de zon zelf onzichtbaar is. De zonrichting weten is belangrijk, deze wordt immers gebruikt als kompas om een positie via de bijendans aan de andere bijen door te geven. De ogen van de dar zijn met ongeveer 13.000 facetten het grootst. De werkbij heeft zo'n 6000 facetten en de koningin 'maar' ongeveer 5000. Zij hoeft dan ook het minst te zien. Met de puntogen kan de lichtintensiteit worden waargenomen (dit i.v.m. daglengte en bijvoorbeeld naderende bui).

TERUG

VLINDERS

 
Vlinders hebben hele andere zintuigen dan mensen. Mensen hebben twee ogen. Maar vlinders hebben er wel veel meer. 
Zij hebben een samen gesteld oog. Ze zien alles als puzzelstukjes.  De enkelvoudige ogen of ocelli worden niet gebruikt om direct licht te zien, maar om grove verschuivingen in het licht waar te nemen. Waarschijnlijk spelen ze een belangrijke rol in het dag- en nachtritme van de vlinder.  De samengestelde ogen van vlinders kunnen net als andere insecten licht waarnemen en zijn in staat om kleuren te onderscheiden. 
Voornamelijk kleuren met een kortere golflengte zoals ultraviolet licht zijn zichtbaar voor vlinders. Rode kleuren worden echter niet waargenomen. Vlinders hebben een groot blikveld maar hebben op korte afstand geen scherp beeld omdat ze hun ogen niet kunnen scherpstellen. Door de samengestelde ogen hebben ze een gerasterd beeld van de omgeving. De samengestelde ogen bevatten pigmenten en kunnen enigszins van kleur veranderen om zich aan te passen op de lichtintensiteit.


 

PAARDENVLIEG OF DAAS

De vlieg is goed uitgerust om zijn voedsel te vinden en om zijn vijanden te ontwijken. De voelsprieten worden gebruikt om te ruiken.  Ze kunnen zien met twee facetogen en een drietal puntogen. De facetogen zijn samengesteld uit meer dan 4.000 aparte ogen. Daarmee kan de vlieg tienmaal zo snel zien als de mens. Licht en schaduw spelen daarbij een belangrijke rol. Je kunt dat testen door een daas die op je been is neergestreken een tik te geven. Bij nadering van de schaduw van je hand vliegt hij al op. Meer vliegende plaaggeesten kennen die truc. Tegen een vliegenmepper met open mozaÔekstructuur kunnen ze echter niet op.
bron
www.beesies.nl

TERUG

DE LIBEL

   

Een libel kan uitmuntend goed zien. Een insect waar hij op jaagt, houdt hij op een afstand van veertig meter nog in de gaten !
De bovenste facetten dienen om ver weg te kijken en het onderste deel is voor dichtbij. De libel heeft ook nog drie puntogen die verschillen tussen licht en donker waarnemen. Dit maakt dat een libel heel moeilijk te benaderen is.
Facetogen zien vooral bewegingen, iets wat stil zit valt bijna niet op. Beweegt er iets kleins, dan kan het een lekker hapje zijn. 
Is het groot, dan kan het gevaarlijk zijn. Insecten verwerken de signalen van de ogen tien keer sneller dan mensen dat kunnen. 
Een gewone gloeilamp gaat vijftig keer per seconden aan en uit. Het is eigenlijk een snel knipperlicht. Wij merken daar niks van, maar een vlieg ziet de lamp wel als een knipperend licht. Om een vlieg dood te maken kun je dus beter traag naderen, dan valt het niet zo op.

TERUG

SPINNEN

 

Een spin heeft meerdere zintuigen maar de oren ontbreken. Horen doen spinnen met de zeer fijne haren op hun poten.
De haren die de mens bijvoorbeeld in het gehoor heeft ontwikkeld en die drukgolven omzetten in elektrische signalen die als geluid worden geÔnterpreteerd, zitten bij de spin op de poten. Door de beweging van de lucht door geluidsgolven is de spin
zeer goed in staat de oorsprong van het geluid te lokaliseren.

 

De ogen zijn van spin tot spin in verschillende mate ontwikkeld. 

 

Wolfspinnen en de Springspinnen

Spinnen die zonder web jagen, zoals de wolfspinnen en de springspinnen, hebben een zeer goed ontwikkeld gezichtsvermogen. Springspinnen zien (bijna) net zo goed als de mens. Met experimenten is aangetoond dat zij zelfs in staat zijn kleuren te onderscheiden. Springende spinnen jagen overdag met behulp van twee grote, naar voren gerichte ogen. Ze besluipen hun prooi en gebruiken vervolgens hun sterke achterpoten om hun maaltijd te bespringen en te vangen.

Een springspin heeft vier ogen. De wetenschappers richtten zich op de twee ogen aan de voorkant van de kop. In deze ogen zit een netvlies dat uit vier lagen bestaat. In ťťn van de lagen vonden ze een pigment dat gevoelig is voor groen licht. In daglicht produceert deze laag altijd een onscherp beeld, zo ontdekten de onderzoekers. De andere lagen produceren wel een scherp beeld. De spin krijgt een helder beeld en een onscherp beeld binnen. Dat onscherpe beeld is sterk afhankelijk van de afstand tot de prooi. Hoe dichterbij de prooi is, hoe onscherper het beeld. Op basis van die informatie en het scherpe beeld van de andere laag kan de spin de perfecte sprong maken. De onderzoekers testten ook of hun conclusies wel klopten. Ze zetten een aantal spinnen in rood licht. In dit licht zijn alle korte lichtgolven (en dus ook groen) afwezig. De spinnen sprongen in dit licht voortdurend naast hun prooi.

 

TERUG

De Grotspin

Grotspinnen  hebben soms helemaal geen ogen en moeten het hebben van geluid en gevoel.Ze hebben een hekel aan natuurlijk licht. Grotspinnen zijn actieve jagers, normaal eten ze van kleine insecten.



De grotspin

TERUG

Wielwebspin

Onze bekende wielwebspin, de gewone kruisspin, heeft kleine oogjes. Zij zijn minder afhankelijk van het zien van de prooi. 
Zij hebben een goed bewegings- en plaatsbepalingmechanisme ontwikkeld, dat hen in staat stelt zeer snel de beweging in het web te lokaliseren.

Bron
www.angelfire.com

de kruisspin

TERUG

DE KAKKERLAK

De kakkerlakken (Blattodea) vormen een orde van de insecten, die oppervlakkig enigszins lijken op kevers maar hiervan toch sterk verschillen, onder andere door het ontbreken van een volledige gedaanteverwisseling. Er zijn ca 4000 soorten kakkerlakken beschreven, waarvan er slechts een twintigtal wel eens als plaag kunnen voorkomen. Kakkerlakken staan bekend om hun snelle voortplanting, al hangt de hoeveelheid eitjes af van de soort en de snelheid van ontwikkeling van de omgeving, vooral temperatuur en voedselaanbod. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig eieren die na 20 tot 28 dagen uitkomen. Het voorkomen van kakkerlakken in een huis kan een teken zijn van rondslingerende etensresten en te wensen overlatende hygiŽne. Ze kunnen bacteriŽn overbrengen door van voedsel te eten en er over heen te lopen.
Kakkerlakken hebben een op de rug gezien eironde en verticaal afgeplatte lichaamsvorm, en zijn meestal goed gecamoufleerd, meestal bruin tot zwart.  Sommige tropische soorten zijn meer bont gekleurd zoals rood en geel, of ook wel groen. Kakkerlakken zijn alleseters. Ze kunnen vaak zeer snel lopen en vele soorten kunnen vliegen. Ze zijn taai en sommige soorten kunnen tien tot veertig dagen zonder eten. Er is bekend dat ze elkaars geursignalen oppikken en hierop reageren, al is dit niet te vergelijken met sociale insecten zoals mieren.

De lange sprieten zijn ook bij een kakkerlak in rust meestal voortdurend in beweging.Aan de voorzijde van de kop zijn de samengestelde ogen gelegen, die door hun zwarte kleur goed afsteken tegen de bruine kleur van de rest van de kop.  De ogen zijn langwerpig van vorm en breder aan de bovenzijde. Net als andere insecten bestaan de ogen uit vele kleine suboogjes die de ommatidiŽn worden genoemd. De ogen van de kakkerlak zijn relatief slecht ontwikkeld, ze kunnen echter wel licht waarnemen
 

TERUG