HET SAMENSPEL VAN OOG & HERSENEN

ALGEMEEN
Bij het gezichtsvermogen denken we meestal alleen aan onze ogen, maar het zijn uiteindelijk de hersenen die ons informeren van wat ze zien. Zij hebben de taak om de betekenis door te geven en er op te reageren.
Ook kunnen onze hersenen alle beelden razendsnel filteren om alleen het belangrijkste door te geven of te ontleden. De beelden op de retina of netvlies zouden dus totaal onbruikbaar zijn zonder onze hersenen. Pas na verwerkingen in de hersenen worden beelden opgevat als indrukken. Deze indrukken kunnen indien nodig opgeslaan worden in ons geheugen welke dan als taak hebben te zorgen voor evenwicht, waarschuwen bij gevaar, bij te leren, emotionele gevoelens te geven enz enz ---  

Terug

DE WEG VAN OOG NAAR HERSENEN
In het deel " hoe werkt het oog " werd de weg van het beeld die door het oog op het netvlies terecht komt beschreven, maar nog veel boeiender is het verloop van de optische informatie die via de oogzenuwen naar de hersenen gaat en tenslotte in het geheugen opgestapeld wordt. De optische zenuw brengt het ontvangen beeld van het netvlies naar de visuele cortex, het belangrijkste hersengedeelte voor ons zicht. Deze volledige weg is prachtig bewegend weergegeven op figuur 1 links onderaan. Op figuur 2 rechts is weergegeven hoe de informatie van elk oog gesplitst wordt in het chiasma. Het is zeker niet correct dat het linker oog beelden naar de linker hersenhelft stuurt en het rechter oog naar de rechter hersenhelft. Iemand die slechts met één oog zou zien, zou dan alleen maar beelden in één van zijn twee hersengedeelten krijgen. De beelden die op elk oog terecht komen worden gedeeltelijk gesplitst in het chiasme, zodat iedere hersenhelft van zowel het linkse als het rechtse oog wat krijgt.

De werking naar beide hersenhelften gaat als volgt: 
Het nasale gedeelte (binnenste gedeelte)
van het netvlies of retina geeft informatie door aan de tegenovergestelde hersenhelft. Het beeld op het temporale ( buitenste ) gedeelte gaat naar de zelfde hersenhelft. Beschadigingen in de hersenen door trauma's, tumoren of trombosen kunnen ontdekt worden door ons gezichtsveld te onderzoeken . zie hemianopsia

HET BLIKVELD
Het snel waarnemen is niet alleen afhankelijk van het geheugen doch ook door het blikveld, niet te verwarren met het gezichtsveld of hoofdveld. 
  1. Het gezichtsveld:  
    Dit is het veld die we zien indien we het hoofd en de ogen niet kunnen bewegen
  2. Het blikveld:        
    Dit is het veld als we alleen onze ogen kunnen bewegen
  3. Het hoofdveld:     
    Dit is het veld wanneer we het hoofd en de ogen kunnen bewegen.

Wanneer we met twee ogen kijken is het logisch dat het lezen sneller zal gaan, aangezien het blikveld dubbel zo groot is. ( zie amblyopie ,lui oog & alternerend zien ).

Terug

FIXEREN
Onze ogen worden dikwijls met fototoestellen vergeleken, doch tussen zien en herkennen is er een groot verschil. Als men een foto van een landschap neemt, staat hij met één klikje op de film. Als een oog ergens naar kijkt ziet het slechts een kleine oppervlakte scherp. De reden is omdat we niet met ons gehele netvlies scherp kunnen zien. Slechts een klein rondje op het netvlies is daar voor in staat, de fovea of gele vlek, die veel kegeltjes bevat en daardoor scherp en kleuren kan zien. Daarbij is er ook nog de lens accommodatie die nodig is om het beeld op verschillende afstanden scherp te stellen. Kijken we naar een landschap staat bijvoorbeeld de kerk, boom en het huis op een verschillende afstand en moeten we bij alle drie de ooglens doen accommoderen.
Hoe zien we dan het gehele landschap ? We richten onze ogen naar het landschap en nemen razendsnel kleine beeldjes op, als er iets interessants is stelt het oog het afzonderlijk scherp en stuurt dan alles door naar de hersenen welke al die puzzelstukjes samenvoegen tot één geheel. Dit noemen we " fixeren ". Fixeren is nog boeiender wanneer we er aan toevoegen dat er één oog exact naar het object richt en het andere er rond. Fixatie gebeurt wel met beide ogen, doch één fixeert "exact", het ander speurt "er rondom"
Doe de volgende test
Richt met beide ogen je duim naar een object, (vb de rand van een kast of deur). Eens je dit gedaan hebt, sluit je het rechter oog en dan het linker. Opvallend zal zijn dat je met één oog correct gefixeerd hebt en het andere er naast. We noemen het oog die juist fixeert het dominante oog. 
Ogen kijken ook altijd eerst naar het centrum van het voorwerp dat hun opvalt, fixeren er achteraf rond en daarna overlopen ze nogmaals overlopend heen en weer om meer en meer details te zien. Men kan het goed vergelijken met een kunsttekenaar die eerst schetst en dan de tekening meer en meer afwerkt door er steeds kleinere details en schaduwen aan toe te voegen.

De basisvorm van een hoofd is eivormig.  
Het gezicht kan men dan rangschikken in ongeveer drie gelijke delen :

a : Bovenste deel met het voorhoofd.
b : Onderste deel de kin.
c : Middendeel met met ogen en neus.

Terug

DE HERSENEN HERSTELLEN FOUTEN
Omgekeerd zien
Weinig wordt er aan gedacht, maar het oog ziet alles omgekeerd. (zie tekening ). Hoe komt het dat we het dan rechtopstaand zien ?  De hersenen werken voortdurend samen met onze ogen en er werden reeds testen gedaan om dit verschijnsel te bewijzen.
Omgekeerd beeld die op het netvlies komt verwerking van het omgekeerde beeld
Er stelden zich enkele mensen als proefkonijnen ten dienst om dit te onderzoeken. Doormiddel van prisma's op een bril te bevestigen, werd het beeld dat we in werkelijkheid zien, totaal omgekeerd gezien. Na enkele uren waggelen met problemen van evenwichtsstoornissen (sommigen eveneens hoofdpijn en maagstoornissen), kwamen ze er aan gewend en konden er gemakkelijk mee rondlopen. Na een paar dagen was het totaal geen probleem meer. Achteraf werden de prisma's terug verwijderd en zagen ze het terug zoals het moest. Het zelfde verschijnsel van evenwichtsverlies kwam terug. Opnieuw was er een aanpassing nodig.

Je zou deze beleving zelf kunnen uittesten door enkele uren rond te lopen met een verrekijker. Alles wordt vergroot weergegeven. Wanneer we alles groter zien, lijkt alles dichter gelegen waardoor afstanden schatten een groot probleem geeft. Hoe dan ook, je zal het gewoon komen om met die verrekijker te kunnen rondlopen
Weliswaar overdreven, dit verschijnsel kan men eveneens met plotseling grote verandering van correcties ondervinden. 

 
REFRACTIEFOUTEN
Hersenen hebben een belangrijke invloed wanneer onze ogen een probleem hebben met hun zicht. Zij hebben de taak om het zien zo goed en comfortabel mogelijk te houden, maar als de last te zwaar wordt kan dit hoofdpijn bezorgen. Erger is dat de hersenen het niet meer aankunnen en gewoon één van beide ogen (het slechtste) uitschakelen. Indien dit niet tijdig verholpen wordt komt het oog lui. ( zie hoofdpijn met mijn bril)
De belangrijkste refractiefouten die invloed geven op de hersenen zijn

Terug

HET GEHEUGEN
Het oog ontvangt licht uit de omgeving en genereert beelden op het netvlies en stuurt het naar de hersenen die het analyseren. Ons blikveld bevat talrijke details die niet altijd belangrijk zijn. Onze hersenen passen daarom trucs toe om de beelden goed te sorteren in diverse categorieen om ze daarna zo snel en effectief mogelijk te kunnen interpreteren. Als voorbeeld kunnen we een schuur, villa en een flat in de categorie " gebouwen " indelen. Op dezelfde manier stoppen de hersenen alle mensen in het vakje " gezichten " (zie herkennen & leren lezen )
De ogen en hersenen zijn ook sterk gefocust op iets dat beweegt en kunnen de aandacht pijlsnel op veranderingen in ons blikveld richten. Dit is van groot belang om ons te waarschuwen voor gevaar maar kan eveneens andere doeleinden hebben. Als we naar een voetbalwedstrijd kijken, volgen onze ogen de bewegingen van de bal en de spelers. De hersenen houden zich bezig met wat de spelers doen. Op dit moment krijgt het gras en de tribune geen belangstelleng meer.
Zoals reeds uitgelegd, bij de afgelegde weg " oog - hersenen " gaan de signalen eerst naar de visuele cortex. In dit hersengedeelte wordt gezorgd voor het technische deel. Daar wordt het beeld verwerkt, het grote gezichtscentrum, doch gebeuren de interpretaties maar achteraf in de partiele en temporale kwabben.  
De beelden die in de cortex toekomen gaan eerst naar het korte termijn geheugen. Daar wordt het enkele minuten vastgehouden en wordt het belangrijke geselecteerd, ontleed en herkend.  Ons kort termijn geheugen gebruiken we bijvoorbeeld om een telefoonnummer te noteren. Eenmaal hij opgeschreven is op een blad papier of in het bestand van een gsm, is het niet meer nodig om hem te onthouden. Het korte geheugen wordt om deze reden ook het werkgeheugen genoemd. Er wordt beweerd dat het werkgeheugen hooguit zeven onderwerpen bevat en dit slechts gedurende 5 tot 20 seconden.
In het kort geheugen wordt hoofdzakelijk gekozen wanneer het interessant is om het op te slaan in het lange termijngeheugen. Indien zo gaat het verder naar de Hippocampus (zie Fig onderaan) die het nogmaals filtert. Eens het in het lange termijngeheugen toekomt kan de informatie in principe voor de rest van ons leven opgeslagen blijven om later terug opgeroepen of herinnerd te worden. Er blijken verschillende soorten lange termijngeheugens te zijn. Elke soort lang termijngeheugen is verantwoordelijk voor andere soorten informatie.

Fig De weg naar het lange termijngeheugen

Terug

HERKENNEN EN ZIEN VAN DETAILS
Wanneer we naar iets kijken, fixeren we altijd. Maar hoe kan men iets herkennen en waarom herkennen we iets sneller wanneer we het dikwijls zien ? Als men iets reeds gezien heeft dat interesse gaf, is dit in ons lange termijngeheugen opgeslaan ( zie lange termijngeheugen) en moet het oog niet zoveel meer fixeren. Het begint op dezelfde manier alsof het de eerste maal is, doch zijn niet al die stukjes meer nodig, het geheugen kan al raden wat het is en indien het nog twijfelt, vraagt het aan het oog nog wat puzzelstukjes te nemen om er zeker van te zijn. Dit noemen we herkennen. Hoe meer men iets gezien heeft, hoe minder we moeten fixeren en hoe sneller we het zullen herkennen.

Terug

DE SNELHEID VAN HERKENNEN

Om dit gemakkelijker te begrijpen kan men de verbinding van het zintuig naar de hersenen vergelijken met een weg die naar een dorp of stad leidt. Wanneer men iets voor de eerste maal ziet, gaat het geziene beeld naar de hersenen door een weg te bouwen naar een nieuwe plaats in het geheugen. in dit voorbeeld ,een wandelpadje.- " het korte termijngeheugen ". Ter hoogte van de Hyppocampus wordt beslist of dit dorpje de moeite waard is om in het lang termijn geheugen op te slaan. Bij herhaling is de wandelweg en het dorp reeds in het geheugen. De eerste herkenning. Hoe meer men datzelfde beeld ziet of gebruikt, hoe breder de weg zal worden om naar het dorp te gaan en hoe meer details er van het dorp opgeslaan zullen worden. " het lange termijngeheugen "  ( zie ook structureerwoorden )
De snelheid van herkennen hangt niet alleen af van het geheugen, maar eveneens aan de moeilijkheidsgraad van het object en zeker niet te vergeten, aan de interesse die men ervoor heeft. Indien men interesse heeft in iets zal men er grondiger op fixeren en het achteraf beter kunnen onthouden. Als voorbeeld, bij het sluiten van de ogen kunnen we een auto in ons geheugen vinden, iemand anders zal eveneens verschillende automodellen via het geheugen kunnen zien.
De graad van het geheugen is bij de ene mens sterker dan de andere, doch kan men dit ook trainen. Als voorbeeld kan men de politie geven. Ze zijn getraind om snel te observeren in details in een minimum van tijd. De kleur van de auto, het merk, de nummerplaat, hoe zag de bestuurder eruit, wat lag er in de wagen enz -

Terug

ONBEWUST HERKENNEN
Onze ogen zien talrijke beelden welke gefilterd worden door onze hersenen. Al de beeld informatie is niet noodzakelijk, alleen hetgene wat belangrijk is. Indien de hersenen interesse tonen begint het fixeren en wordt dit fixatieobject opgeslaan in het korte termijngeheugen. Het wordt eventjes gebruikt en achteraf terug weggeveegd. Dit gaat enorm snel, zo snel dat we er ons niet van bewust zijn. Op een later tijdstip kunnen die onbewust opgeslagen waarnemingen, terug bewust gemaakt worden. Een gedachtegang kan dan zijn : "Hé heb ik dat niet eerder gezien (of gehoord, geroken, geproefd, gevoeld)?" Dit zou wel eens een verklaring kunnen zijn hoe bij de politie robotfoto's gemaakt worden en misschien ook onder hypnose herinneringen kunnen terugkomen. 
Bij het onbewust herkennen leggen we ook verband met een " deja vue " . Sommige spirituelen beweren dat dit iets te maken heeft met een vorig leven maar wetenschappers geven er een eenvoudigere verklaring voor. Het zou veroorzaakt worden doordat het beeld van het ene oog sneller de hersenen bereikt dan het andere, doch klopt dit niet helemaal want eveneens kunnen blinden dit meemaken. Een tweede theorie is dat het verschijnsel ontstaat door een onterechte activering van de temporale kwab, waar het vermogen tot herkenning is. Een derde mogelijkheid is dat onze hersenen vermoeid zijn, een fractie van een seconde stoppen met werken en wanneer ze terug actief worden, ons herinneren wat we zagen net voor het moment dat ze gestopt waren..  
HERKENNING START VANAF DE GEBOORTE
Reeds van bij de geboorte wordt het geheugen getraind.(zie: hoe zien baby's). Fixeren met de ogen en het grijpen naar een voorwerp is al mogelijk vanaf de derde maand. Dieptewaarneming is mogelijk vanaf de vierde maand. Kleur en vorm wordt onderscheiden vanaf de vijfde of zesde maand, evenals vrijwillige oogbewegingen. Tussen zes en acht maanden leren de hersenen individuele gezichten beter te herkennen.
Peuters en kleuters tekenen nog niet heel mooi, maar aan hun tekeningen is duidelijk te zien welke details ze het eerst opmerken.  Een kind zal voorkeur hebben om bepaalde figuren te tekenen, dit aangezien het daar meer interesse voor heeft. Het zal niet alleen sneller getekend worden, maar ook mooier afgewerkt zijn. Via kindertekeningen kan men eveneens observeren welke details en de hoeveelheid ervan in hun geheugen opgeslaan is. Hoe meer details, hoe beter het geheugen, vandaar waarschijnlijk de uitspraak die iets of wat klopt : " Een kind die mooi tekent wordt een verstandig kind " Deze details hangen af van hetgene waar het kind het meest interesse voor heeft, of iets aangenaams of onaangenaams meegemaakt heeft met het onderwerp of object op de tekening. Psychologen maken daar veel gebruik van om te ontleden welke interesses of problemen het kind heeft.
Hoewel deze tekening nog van een heel jong kind is,
De kleur van het kleed, de hoed met het kruis als detail
spreekt haar aan. Er is geen stok paard of boom aanwezig.
De herkenning van het paard is reeds met details weergegeven
4 poten, 2 oren, staart en muil. 
De kleuren en vorm van het kleed ( behalve de hoed) hebben hier geen belang.

De kleuren en het kleed hebben geen belang 
ondanks dat deze van de boom gedetaillerd zijn. Hoewel de Sint geen hoed heeft, wordt de stok sterk weergegeven 

Alle kleuren zijn correct. 
Er zijn vele details van zowel de Sint en de boot te zien. De boot vertoond reeds vele details. Eveneens de golven van de zee zijn duidelijk opvallend

Terug

Samenwerking tussen de Hersenhelften
De linker hersenhelft zorgt voor De rechter hersenhelft zorgt voor
  • Spraak / 
  • Schrijven & rekenen / 
  • Zien met rechter oog + exacte fixatie 
  • Werken met rechter hand.
  • Ruimtelijke constructie / 
  • Non verbale ideevorming ( zoals creatief en kunst ) / 
  • Zien met linker oog + rondom fixatie
  • Werken met linkerhand
Hier kan dus wel degelijk een wijziging zijn tussen samenwerkingen van de twee hersenhelften. Bij rechtshandigen is het rechter oog het dominante. Negentig  % van de mensen hebben een rechts dominant fixerend oog. Links dominant heeft niets met verstand te maken. Beroemde figuren als Leonardo da Vinci, Michelangelo, Beethoven, Benjamin Franklin, Isaac Newton, en Albert Einstein waren het ook. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat bij rechtshandigen de linker hersenhelft beter ontwikkeld is en bij linkshandigen de rechterhelft van de hersenen. 
Een linkshandige schrijver zal het in het begin moeilijker hebben.( zie leren lezen  ) Rechtshandigen schrijven van links naar rechts ( horizontaal ) en kunnen de woorden die ze schrijven mooi boven het hand volgen en indien nodig corrigeren. Linkshandigen proberen het op te lossen door het blad 90 ° te draaien en schrijven van onder naar boven. Wat ze geschreven hebben is te zien onder hun hand terwijl bij rechtshandigen boven het hand. Of linkshandigheid een verband zou hebben met "dyslexie", klinkt niet zo belachelijk want de linkshandige Einstein had het ook. 

Terug

BEELDDENKEN
Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taal-denken of woord-denken maar ook tegenover begrips-denken. Andere gebruikte benamingen zijn: divergerend denken, visueel ingesteld zijn, analoog denken, ruimtelijk denken. Beelddenkers zijn volgens de theorie mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk primair in beelden denken. Dit wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Dit zou gebeuren in de rechter hersenhelft. 
Beelddenken kan ook begrijpend denken (niet te verwarren met begripsdenken) genoemd worden, waarbij alle denkbeelden worden begrepen ('zo is het') of juist niet. De denkbeelden passen dan wél, of juist niet in het denkbeeld (perspectief) als geheel. Vanwege die begrijpende manier van denken, kan iemand zeer stellig zijn of zelfs pedant. In een discussie tussen een woorddenker en een beelddenker treedt vaak onderling onbegrip op. Veelal is er bij beelddenken ook sprake van een fotografisch geheugen. Zo kunnen er vanuit het niets antwoorden of conclusies opkomen op vragen waar al eerder over is nagedacht. Als zulke antwoorden zich spontaan aandienen zonder dat hij daar bewust naartoe heeft gewerkt, kan een beelddenker conclusiegericht reageren.
Ook maakt het grote 'ruimtelijk inzicht' het mogelijk om al lopend (door straten), een 'plattegrond' voor zich te zien (van boven). Zelfs kunnen beelden twee- of driedimensionaal zijn, bijvoorbeeld de binnenkant van een woning, ook als ze nog gebouwd moet worden (architect, aannemer, timmerman).

Terug

FOTOGRAFISCH GEHEUGEN
Mensen met een goed geheugen beweren soms dat zij een fotografisch/eidetisch geheugen hebben. Vooral bij kinderen is deze eigenschap sneller op te merken. Er bestaan echter duidelijke verschillen tussen een normaal/goed geheugen en een fotografisch geheugen, waarbij mensen in staat zijn om zich allerlei kleine en zeer specifieke details te kunnen herinneren. Ook kunnen sommige personen zich allerlei specifieke visuele of audiologische details voor de geest halen. Dergelijke personen noemt men ook wel 'eidetisch begaafd' 

Terug

VALSE PATRONEN OF GEZICHTSBEDROG
De menselijke neiging om patronen te zoeken die niet werkelijk te zien zijn noemt men apofenie. Dit hebben we bijvoorbeeld wanneer we naar een bewolkte hemel staren. We hebben de neiging om vormen van wolken te zien als figuren. Dit gebeurt niet alleen automatisch maar ook gebruiken we het als een hulpmiddel om iets te kunnen onthouden. 
Dit
is een psychologisch verschijnsel een vorm van illusie waarbij iemand een zodanige interpretatie van onduidelijke of willekeurige waarnemingen heeft, dat hij hierin herkenbare dingen meent waar te nemen.
De reden voor het verschijnsel ligt er waarschijnlijk in dat de hersenen behoefte hebben om verbanden tussen gegevens te leggen, ook als deze er eigenlijk niet zijn. Hierbij moet vooral gedacht worden aan het herkennen van patronen die op gevaar kunnen wijzen, zoals het silhouet van een roofdier. Pareidolie ontstaat dus uit fouten van de menselijke patroonherkenning. Het is een vrij alledaags verschijnsel, dat niet met hallucinaties verward mag worden.
Bekende voorbeelden van pareidolie zijn het zien van gezichten of dieren in de wolken of het zien van het mannetje in de maan. Bij de aanslag op het WTC in 2001 werd gerapporteerd dat mensen het gezicht van de duivel in een wolk hadden gezien. Ook kon men op een pakje Camel-sigaretten het beeld van Manneke Pis zien. In 1954 werd een serie Canadese dollarbiljetten uit de omloop gehaald, omdat men er het hoofd van de duivel in te zien was.
Gezichten op de planeet Mars Apachenhoofd in de rotsen

Meer zie gezichtsbedrog ---->

Terug

 
 
Hantson Paul