TIPS OM DE LEEFTIJD VAN BRILLEN TE SCHATTEN
Om de leeftijd van een bril in te schatten is het natuurlijk belangrijk om eerst te weten hoe de bril evolueerde. (zie evolutie van de bril ) Ondanks dit alles blijft het schatten voor een niet kenner nog steeds moeilijk. In dit hoofdstuk staan er enkele tips die u kunnen helpen of de bril werkelijk uit een bepaalde periode is of eventueel bedrog of imitatie kan zijn.
Glasmaterie en type glazen
 
Fabricage
 

Snel Filteren om de leeftijd te schatten van een antieke bril

 
A GLASMATERIE EN TYPE GLAZEN
De leeftijd van de bril gaat natuurlijk samen met de leeftijd van de glazen. Hoewel het schatten van de leeftijd via glazen veel kan helpen is het ook gevaarlijk,
het is goed mogelijk dat er achteraf nogmaals glazen in gemonteerd werden. Dit laatste werd veel toegepast door een gebroken glas te vervangen om de
esthetiek van het antieke stuk te doen blijven bewaren. Een andere mogelijkheid is dat de bril nog lang gebruikt werd en er regelmatig nieuwe glazen
in geslepen werden, dit vooral bij de vintage brillen.  De waarde van de bril voor een verzamelaar zal natuurlijk terecht minder zijn aangezien hij niet meer
volledig in zijn oorspronkelijk staat is.
Observeer de volgende eigenschappen bij het kijken naar de glazen
  1. Glazen in Organisch of glas

  2. De montage van de glazen

  3. Correcties of dioptrie

  4. Gekleurde glazen

  5. Ontspiegeling

  6. Astigmaatglazen

  7. Bifocale glazen

  8. Multifocale glazen

Glazen organisch of glas
De gemakkelijkste manier voor een leek is te onderzoeken of de glazen in kunststof of glas zijn. Glazen in organisch kunststof geven reeds de leeftijd van later dan 1970 aan, zelf  merendeels veel later !  Het echte succes van organische glazen begon zich pas te ontwikkelen vanaf 1985.De rem naar deze ontwikkeling was dat ze enorm snel krassen hadden. De enige kandidaten waren kinderen, ze werden om veiligheidsredenen verplicht deze te dragen en dit is nog steeds zo, indien niet, geeft de mutualiteit niets terug. Heden proberen glasfabricanten nog steeds een oplossing te zoeken, doch hoewel er reeds kraswerende lagen op kunnen bevestigd worden, blijven ze nog steeds veel gevoeliger in vergelijking met glazen in glas. De grote start van het organisch glas kwam pas bij de mode van glasbrillen. De glasbrillen hadden behalve de mode ook een enorm comfort, het waren de lichtste brillen die er ooit bestaan hadden. Heden zijn bijna alle glazen organisch. Glasbrillen bestaan reeds heel lang, doch is boren in glas zonder breuk geen lachertje en we moeten de opticiens die dit in de vroege periode deden bewonderen. Organische glazen geven de opticiens bij het boren veel minder risico's op breuk, dit vooral de verdunde die daarvoor het meest gebruikt worden omdat deze wat elastischer zijn. De glazen zijn ook veel duurder geworden, denk maar aan al de coatingslagen, verdunde en natuurlijk de types zoals de multifocale glazen. Het spreekt vanzelf dat de klanten liever een bril hebben die minder rap breekt en dat is dan de belangrijkste reden dat deze niet meer gemaakt worden. Indien je dus een montuur (meestal neusknijpers) met glazen in glas waar er in geboord is in uw handen krijgt, is het bijna zeker een antiek stuk.  

Ovalen Glasbril in glas met koperen neusbrug, 
er is temporaal nog een gaatje met als mogelijkheid om ketting aan te hangen ca 1900

Ronde Glasbril in glas met koperen neusbrug, 
er is geen extra gaatje om ketting aan te bevestigen.
ca 1900

Montage van de glazen
We mogen eveneens niet vergeten dat al de glasmontagen met de hand werden geslepen. De perfecte montage is dus niet altijd aanwezig. 
Hoewel in de huidige tijd men dit als onafgewerkt beschouwd, is het in ons geval eerder positief. Men kan dikwijls indien men heel gedetailleerd kijkt zien dat het glas niet perfect rond, er wat gaatjes aan de rand zijn of voelen dat het glas iets of wat beweegt in de kader bij het drukken van links naar rechts. Bij zwaardere dioptrien kan men aan de rand van het glas dikwijls een iets of wat mattere rand zien welke door het slijpen komt. Het is die rand die niet altijd mooi even dik is en bewijst eveneens dat het glas wel degelijk met de hand werd geslepen. 
De reden van een iets te klein geslepen glas was niet altijd omdat de opticien minder secuur was, maar dat het glas soms opzettelijk wat kleiner werd geslepen. In de oudste brillen zijn er geen vijsjes (zie fabricage) zoals nu en was er het gevaar om op bepaalde plaatsen meer druk op het glas te krijgen die meer risico's gaven om te barsten bij brute bewegingen. 

Gaatjes in de randen 

Mattere rand niet overal gelijk bij zwaardere dioptrien.

Correctie of dioptrie  
Hou het glas voor de ogen of zet de bril voorzichtig op en kijk als er een verandering van zicht is. Indien zo is er wel degelijk een dioptriewaarde. Nepbrillen die verkocht worden als sierstuk bevatten bijna nooit een sterkte, dit heeft geen enkele zin en ze zijn natuurlijk moeilijker en kostelijker om  maken. Er bestaan natuurlijk wel brilletjes van enkele euro's die correctieglazen hebben, doch in dit geval zullen de glazen zeker niet in glas zijn en de materie van de bril is dan bijna altijd in plastic. Indien men merkt dat beide glazen een verschillende correctie hebben is de kans "nog groter" dat men een echte oude bril in uw handen heeft.  Een ander opvallend detail is dat de glazen ondanks ze een correctie hebben zeer vlak zijn. In hoever de limiet van een correctie bestond, de meeste glazen gingen zelden boven de 4 dioptrie en hadden meestal een positieve correctie. 
Als detail: Hoewel er een mogelijkheid bestaat dat er een dioptriewaarde bij de zonneglazen aanwezig is, kan dit eveneens anders. Zonnebrillen werden net zoals nu ook gedragen door mensen die geen correctie nodig hadden
Gekleurde glazen
Brillen met gekleurde glazen bestaan reeds langer dan u zal vermoeden. Reeds in het prille begin van het ontstaan van de bril !  Toch kunnen de kleuren of manier dat het glas werd gekleurd ons iets of wat helpen om de leeftijd te bepalen. Bij de meeste antieke zonnebrillen waren de glazen in licht blauw, licht groen of oranje-geel getint. Tinten is feitelijk een verkeerd woord, de glazen waren niet bedekt met kleurstof maar was het totale glas gekleurd. Later waren er ook donkere glazen in zacht lichtgrijs.Het spreekt vanzelf dat de glazen wel degelijk in glas gefabriceerd werden want organische glazen zijn pas veel later uitgevonden. Hele oude zonnebrillen (>1900) zijn moeilijker te vinden en zijn iets meer waard voor een verzamelaar.
Zonnebril met inschuifbare veren ca 1870

Edward Scarlet bril  ca 1730

Venetiaanse zonnebril ca 1790 Dubbele Lensclip zonnebril ca 1850
Venetian sun spectacles circa 1790

Bril in schildpad ca 1880

Zonnebril met inschuifbare veren ca 1870

Chinese zonnebril met bruine glazen ca 1900

Zonnebril en gewone bril met krulveren ca 1900-1920

Ontspiegeling
Heden zijn de meeste glazen voorzien van een ontspiegelingscoating. Deze coating heeft als functie dat er bijna geen reflexie op het glas is waardoor men klaarder en scherper kan zien. Esthetisch gezien ziet men eveneens veel mooier de ogen en indien het glas een zware correctie heeft valt het duidelijk minder op. Ondanks deze voordelen, deze behandeling heeft heel traag geevolueerd omdat ze het nadeel hebben van veel sneller vuil te zien, logisch, indien er een vetplek aanwezig is, reflecteert op deze plaats meer licht dan op het resterendere van het glas. Ook was in het beginstadia deze coating niet optimaal en het was niet zelden dat ze afpelde met als gevolg dat het glas vlekken vertoonde. De ware verandering van het ontspiegelde glas kwam pas rond de jaren 1980.
Hoe kan men een ontspiegeld glas herkennen ?
Een ontspiegeld glas laat in vergelijking met een ander glas bijna al het licht door, doch weerkaatst het iets of wat. Bij het schuin houden in het licht ziet men een licht blauwe of groene tint. ( zie foto)
Deze theorie is redelijk onwaarschijnlijk indien men zo een glazen in een bril ziet die er heel oud uit ziet. In dit geval zal de bril misschien wel degelijk antiek zijn, maar is hij met goede bedoeling gerestaureerd met nieuwe glazen. De kostprijs van ontspiegelde glazen is veel te hoog om deze in een nepbril te monteren.  

Het Bifocale glas
Wanneer men een bril met een maantje in de glazen ziet zou men hem in de vintage-periode classeren, doch dit is totaal verkeerd. Hoewel deze veel zeldzamer zijn bestond dit type glas reeds langer dan men kan vermoeden. Het is waarschijnlijk Benjamin Franklin die de eer heeft om de uitvinder van dit type glas te zijn. In een gevonden brief  van Augustus 1784, geschreven naar een vriend George Whatley stond, dat hij zich gelukkig voelde met zijn nieuwe uitvinding van (bifocale) glazen waarmee men op verschillende afstanden kon zien.
Portret Benjamin Franklin 
ca 1780
Schetsen 
eerste Bifocale glas
Copy van een door Franklin's 
gedragen bril 
ca 1780 
De vraag is nu hoe we de leeftijd kunnen inschatten van een bifocaal glas ?
 
  • Controleer eerst of het glas in kunststof of in glas is.

  • Indien het niet in kunststof is, wrijf met je vinger over het glas. De huidige maantjes zitten in het glas gesmolten. Indien men een oneffenheid voelt is het glas heel oud. (Opgelet, bij kunsstof is er altijd en nog steeds die oneffenheid geweest). 

  • Het model van het maantje kan ons ook iets wat helpen. De oudste bifocale glazen zijn volledig in de breedte van het glas of sterk cirkelvormig gebogen en zelf totaal rond ( hoewel deze nog steeds verkrijgbaar zijn) .

  • De recentste bifocale zijn ongeveer 28 mm breed en lichtjes bovenaan gebogen. Iets oudere zijn 25 a 28 mm breed en recht bovenenaan.

  • Combineer dit onderzoek met de verder beschreven fabricatie en materie van het montuur

Oude dubbelfocusglazen

 

Huidige Dubbelfocus glazen 26 a 28 mm met gebogen rand ca 1955-heden

De volgende testen zijn gericht op de maten en typen van de glazen. Hoewel ze iets of wat zichtbaar kunnen zijn en er een mogelijk bestaat om het zelf te onderzoeken, beter is dit aan een opticien te vragen

De Astigmaatcorrectie in de glazen
Jammer genoeg is het niet geweten tot hoever de correcties van bijzienden en verzienden ging, maar er is wel duidelijk een grote sprong geweest bij het ontdekken van een nieuw type van oogafwijking (1862), namelijk het astigmatisme. De astigmaat kan weliswaar zowel bijziend als verziend zijn, doch heeft een vervormd beeld. De ontdekker was Franciscus Cornelis Donders (Tilburg, 27 mei 1818 - Utrecht, 24 maart 1889). Donders was een Nederlands hoogleraar geneeskunde en fysiologie. Hij verrichtte veel onderzoek naar oogfysiologie op welk gebied hij een grote reputatie verwierf. 
Al snel begonnen zich fabricanten te verdiepen over hoe men deze astigmaat correctie kon verbeteren en het nieuwe cijlindrische glas kwam op de markt. Ondanks deze verbetering werden ze in het begin zelden gemonteerd. Waarschijnlijk begonnen deze glazen pas vlot gebruikt te worden ca 1920. De reden was dat astigmaten op de oude manier van oogtesten moeilijker te meten waren. Sommige opticiens en oogartsen hadden zelf het nodige materiaal niet om deze fout te meten. Dit kan men reeds zien aan de oude pasdozen van opticiens en oogartsen waar geen cijlinder glazen aanwezig waren om deze afwijking te meten.  

Pasbril zonder cijlinder

Pasbril met graden voor cijlinderglazen

Pasdoos zonder cijlinderpasglazen < 1920

Pasdoos met cijlinder glazen >1920

Jammer genoeg kan men de correctie van kleine dioptriewaarden moeilijk in een glas controleren en moet men hiervoor naar een opticien gaan die het glas kan meten. Er bestaat toch een mogelijkheid om ze te kunnen herkennen indien de cijlinderwaarde wat zwaarder is. Kijk door het glas (oog per oog) en probeer het resultaat te onthouden. Draai het achteraf loodrecht en observeer of er verandering van zicht is. Indien zo, controleer eveneens of het glas een progressief is. ( zie verder). Indien niet, bevat het glas een cijlinder.
Het Progressieve of Multifocale glas 
De glasfabricant Essilor zorgde in 1959 voor een nieuwe revolutie in de optiek met de uitvinding van het multifocale brillenglas (Zie : kies het juiste glas). Het glastype kreeg de naam Varilux, afgeleid van Varier of Variable, (het franse woord voor veranderen). De reden van dit woord is dat het glastype van boven naar onder geleidelijk verandert van dioptrie. Het grote verschil met een bifocaal glas is dat het de mogelijkheid geeft een presbyoop zowel ver als nabij te kunnen doen kijken, maar ook het tussenzicht. Eveneens was het de grote vooruitgang dat men het maantje niet meer ziet welke als ouderdomsverschijnsel kan aanzien worden. Hoewel andere firma's achteraf eveneens deze glazen fabriceerden bleef het met al hun frustraties de naam "Varilux" lang behouden, dit net zoals de vulpen welke nog steeds "Bic" genoemd wordt. Heden wordt het Multifocaal (multi=veel) of Progressieve (vermeerderen) glas genoemd. 
Hoe kan men een progressief of multifocaal glas herkennen ?
   
  • De eerste en gemakkelijkste manier is bovenaan door het glas te kijken naar een tekst, de bril daarna geleidelijk op te heffen en kijken of de tekst beetje bij beetje vergroot.

  • Een tweede manier is het zoeken naar rondjes die in het glas gegraveerd zijn. Men kan deze vinden aan de temporale en nasale kant van het glas, ongeveer 3 mm onder de pupilhoogte. Aan de buitenzijde ( temporaal ) kan men onder het rondje eveneens een tekentje zien welke meer zegt over het merk en de additie van het glas. 

  • Een laatste derde mogelijkheid is door het glas dichtbij een tekst te houden en langzaam van links naar rechts te bewegen. Indien er vervormingen tevoorschijn komen aan de zijkant (zie foto) is het gegarandeert een multifocaal glas.

B FABRICAGE
 
De manier van brillen maken in metaal bleef lang op dezelfde wijze, vandaar ook dat de leeftijd tussen 1820 en 1920 moeilijk te schatten valt. Pas tussen de eerste en tweede wereldoorlog kwamen er veel veranderingen in. De bril werd steeds comfortabeler gemaakt doormiddel van veren, neussteuntjes en embouts aan de veeruiteinden. Ook was er toen veel minder variatie in de modellen en kleuren, de oude brillen waren algemeen klein en rond of ovaalvormig van glas . De kwaliteit van de bril materie evolueerde eveneens, brillen in ijzer, koper, brons werden minder en minder gemaakt sinds de het roestvrij staal uitgevonden werd. De belangrijkste zichtbare punten om de leeftijd te kunnen schatten zijn de vijzen, neusbrug en de veren van de bril. 
Vijzen
Hoewel er niet altijd zekerheid is, kan men toch goed gokken dat wanneer er in een oude bril vijzen of schroeven met gleuf of kruis aanwezig zijn, hij meestal dateert uit de 20 eeuw. Bij heel oude brillen (voor 1900) werden de vijzen of schroeven merendeels geperst en dit zeker in de goedkopere brillen.
Indien er toch schroeven aanwezig zijn met gleuf , observeer de kop. Oudere hebben een rondere kop terwijl de nieuwe eerder een platte.

De eerste schroeven werden in Europa pas gebruikt
in de late middeleeuwen (15-16 eeuw). Schroeven werden echter weinig gebruikt. In de 15e eeuw werden deze benuttigd om draaibanken mee samen te houden, om borstplaten en rugplaten aan elkaar te bevestigen,…. Voor de industriële revolutie was het ook heel moeilijk om schroeven te maken en daarom waren schroevendraaiers dus ook eerder rariteiten.
Veel later kwam er evolutie om vijzen en schroeven commercieel te laten fabriceren en dit ontstond vooral door de wapenhandel. Geweren moesten veel open en toe gedaan worden voor onderhoud en daarom moesten deze schroeven gemakkelijk in en uit geschroefd kunnen worden. (ca 1750) Pas in deze periode werd de schroef en in zijn verlengde de schroevendraaier populair. Vanaf deze revolutie werden een aantal vormen van schroefkoppen uitgevonden en dus ook verschillende soorten van schroevendraaiers.

Een nieuwer type dan de gleuf vijs werd pas uitgevonden in 1909 door de Canadees Peter Lymburner Robertson (1879-1951). Hou ook rekening dat het dan waarschijnlijk ook wat tijd genomen heeft om deze vijzen uiteindelijk in de brillen te vinden. 
De bril is nog veel jonger indien men kruisvijsjes bespeurt. Henry F. Phillips (1890–1958) was de uitvinder van de kruiskopschroef en de kruiskop- schroevendraaier. In de V.S. spreekt men dan ook over een Phillips screw. Hoewel deze schroefvijs uitgevonden werd in 1935 kreeg hij lang geen succes. Pas na 1950 begonnen de kruisvijzen meer en meer gebruikt te worden, doch dan wel meer in de industrie van auto's en machines. Brillen met kruisvijzen hebben bij brillen nog lang op zich laten wachten, naar mijn schatting zeker na 1975.

1909 1935
Brillen zonder gleufvijzen  

De gleufvijzen geven een vermoeden dat de lorgnet dateert uit de 20 eeuw

Systeem van de veren
 
In het begin van de 18 eeuw begonnen de brillen een beetje te lijken op wat ze nu zijn, als Edward Scarlett rond 1730 de vaste zijpoten ontwierp. Hoewel dit idee heel comfortabeler was, bleven de monocles, pince-nez's en brillen met handvat nog lang in de mode. Zo populair dat ze zelf gedurende eind  19e begin 20 eeuw zelf als modeartikel bij heren kledij ontworpen werden . De fabricage van de zijpoten geven ons dus iets of wat een idee over de leeftijd van de bril.  
Bij de oudste brillen waren de branchen recht en bleven vast zitten op de slapen, dit door de zijdruk op het hoofd. Hoe langer de veren, hoe beter de bril kon vast zitten, doch dit nam plaats. Er werden voor dit probleem systemen uitgevonden om de bril zo praktisch mogelijk te maken. Gewone rechte veren, inschuifbare en opplooibare. Later vond men de krulveren uit die de beste oplossing waren om de bril stabiel en stevig vast te laten zitten. Pas vanaf dan (doordat de bril veel stabieler was) begon men meer en meer de glazen groter te maken.Weliswaar zijn er uitzonderingen, vooral de grote ronde brillen die meestal uit het Oosten kwamen.
 

Tot heden de oudste bril met veren, ca.1730,

Messing bril met plooibare veren ca 1890

Inschuifbare veren met gaatje om koordje of ketting in te bevestigen ca 1820-1890

Ijzeren bril met Plooibare veren 
ca 1850-1900

Bril met rechte veren in ijzer ca 1900

Bril met rechte veren in messing materie  ca 1880

Ijzeren zonnebril en gewone bril met krulveren ca 1900-1920

Krulveren ca 1914

Nog later, begin de vijftiger jaren begon kunststof goed te evolueren.( zie ook : schatting waarde van een bril ) Meer en meer brillen werden in cellulo en optyl gemaakt die als eigenschap hadden soepel te worden bij het opwarmen.  De veren werden langer gemaakt om ze mooi te kunnen aanpassen achter de oren. Het voordeel, net zoals bij de krulveren, was dat de glazen groter konden gemaakt worden doordat de bril vaster stond. Bij metalen brillen werd dit gemakkelijk gemaakt door er kunststof embouts op te schuiven.. Dit laatste werd reeds jaren vooraf ook gedaan doch met schildpad was deze manier van aanpassen een veel groter risico omdat het niet zo soepel is.  Ook kwam er door die eigenschap meer variatie in de modellen. Vlindervormige modellen waren toen erg in trek.

Schildpadbrillen men langere veren om te kunnen aanpassen achter de oren ca 1900-1915, 
het risico op breuk was groter dan in kunsstof.

Langere veren om te kunnen aanpassen achter de oren ca 1950
metalen branchen met kunststof embouts

Bril in cellulo ca 1960-1965

 

Uniek . brilveer met hoorapparaat ca 1960

 
 
Neussteuntjes
Metalen brillen hebben nu bijna altijd neussteuntjes, wat vroeger niet zo was. Neussteuntjes bestonden pas kort na  WOII. In de begintijd werden ze vastgeknepen met twee metalen haakjes, later met vijsjes. De laatste twintig jaar worden neussteuntjes meestal op twee verschillende manieren vast gehouden, met vijsjes of gewoon via een indruksysteem. Dit laatste systeem kwam wel veel later op de markt wanneer de silicone plaquetten op de markt kwamen. (1990-1995 ). Hoewel, er zijn wel nog uitzonderingen zoals de gekende Ray Ban monturen in metaal. Deze  hebben nu nog steeds zo een vast geknepen neussteuntjes zonder vijzen, er zijn dus nog steeds uitzonderingen in de regel. 

Bril zonder neussteuntjes

Vintage bril ca 1965 bril met neussteuntjes

 
 
C SNEL FILTEREN OM DE LEEFTIJD TE SCHATTEN
De glazen
  • Zijn de glazen ontspiegeld ? Hou het glas schuin in het licht, kijk of er een groene of blauwe spiegeling is
     +/- >de bril is na 1980 gemaakt ofwel zijn de glazen niet de originele

  • Zijn de glazen Organische glazen ?  
    +/- >de bril is na 1970 gemaakt ofwel zijn de glazen niet de originele.

  • Zijn de glazen multicocaal ? ( niet bifocaal )
    Hou het glas boven een tekst en beweeg het horizontaal.
    Observeer of er onderaan misvormingen in de tekts komt tijden het bewegen..
    +/- >de bril is na 1959 gemaakt

De vijzen
  • Heeft de bril  ergens vijzen met een kruisopening ? 
    +/- >de bril is na 1960 gemaakt
  • Zijn de Vijzen van de brilveren met een gleuf ?
     +/- >Op enkele uitzonderingen na werd deze bril pas na 1900 gemaakt
De materie
  • Indien de bril in ijzer of ander metaal gemaakt is, zijn de glazen dan niet rond of ovaal maar hoekig ? 
    +/- >de bril is na 1945-1950 gemaakt

  • Is de bril gemaakt in Cellulo - Optyl  
    /- >de bril is na 1950 gemaakt

  • Is de bril gemaakt in Backeliet ? : 
    +/- de bril  werd gemaakt tussen 1910-1950

De neussteuntjes
De eerste neussteuntjes kwamen pas na 1940 op de markt. De eerste neussteuntjes waren in een harde kunststof en doormiddel van twee metalen uiteinden toegeknepen. Het beroemde pilotenmodel van Ray-ban die nog steeds in een iets of wat andere design verkocht wordt heeft nog altijd dit systeem.. Pas veel jaren later werden er vijzen gebruikt.
  • Zijn er Neussteuntje met armen en vijzen ? 
    +,-> de bril is na  1950 gemaakt

  • Zijn er Neussteuntjes met armen maar zonder vijzen ( toegeknepen) ?
     +/- >de bril is na 1940 gemaakt

De veren
  • Is de bril in metaal, zijn er embouts in kunststof/optyl/ op de veren ?
    +/- >de bril is na 1950 gemaakt

  • Heeft de bril Krulveren ? 
    >de bril is na 1900 gemaakt

  • Zijn de veren mogelijk inschuifbaar ? 
    de bril is mogelijk jonger dan <1850

  • Zijn de veren met scharnieren Plooibaar ? 
    de bril is mogelijk jonger dan  < 1880

  • Is de bril rond en zijn de uiteinden van de veren cirkelvormig ? 
    de bril is mogelijk jonger dan  < 1800